1. Wat bedoelen we hiermee?
In deze paragraaf wordt kwaliteitsgestuurd beheer (ook wel risicogestuurd beheer genoemd) uiteengezet aan de hand van drie praktijkvoorbeelden uit Beesel, Tilburg en Utrecht. Deze gemeenten verschillen sterk in omvang, organisatie en technische opgaven, maar laten samen zien hoe kwaliteitsgestuurd beheer in de praktijk werkt en welke keuzes daarbij bepalend zijn.
- In Beesel toont programmamanager Bert Kiewiet hoe een kleine gemeente met beperkte capaciteit toch zeer effectief kwaliteitsgestuurd kan werken door te focussen op BRL-inspecties, datakwaliteit en doelmatige vervanging.
- Tilburg laat zien hoe kwaliteitsgestuurd beheer zich ontwikkelt binnen een grotere organisatie met complexe integrale opgaven. Adviseur stedelijk water Jan Janssens-Baan beschrijft hoe risicoprofielen, inspectieprotocollen en afstemming met andere domeinen (wegen, groen, water) leiden tot een gezamenlijke programmering.
- Utrecht toont met programmamanager riolering Paul Witmer hoe modellering, prioritering van kritieke rioolstrengen en consequente registratie bijdragen aan een voorspelbare, data-gedreven aanpak.
De drie praktijkvoorbeelden geven gezamenlijk inzicht in de volle breedte van kwaliteitsgestuurd beheer: van technische inspecties tot bestuurlijke afwegingen, van integrale samenwerking tot datakwaliteit, en van dagelijkse praktijk tot strategische besluitvorming. Deze lessen vormen de basis voor de stappen, het afwegingskader en de werkwijze die in de rest van dit hoofdstuk worden beschreven.
Samengevat
Kwaliteitsgestuurd beheer betekent dat beheer en onderhoud niet worden gestuurd door de kalender, maar door risico’s die ontstaan vanuit de combinatie van de kans op falen en de impact van dat falen. Het houdt rekening met technische staat, omgevingsfactoren, maatschappelijke gevolgen, kosten en de integrale impact boven- en ondergronds.
Het uitgangspunt: vervang nét voordat een object faalt. Niet te vroeg, want dat kost geld en grondstoffen. Niet te laat, want een faalincident kan leiden tot overlast, schade, afsluitingen, maatschappelijke kosten of milieuproblemen.
Daarom wordt gewerkt met risicoprofielen waarin wordt gekeken naar:
- leeftijd en beschadigingen
- ligging t.o.v. bomen, kabels/leidingen, funderingen
- functie van de bovengrond (drukke weg, plein, wijkstraat, park)
- diameter en hydraulische functie van de leiding
- gevolgen van falen (overlast, volksgezondheid, bereikbaarheid)
- data uit inspecties, storingen, meldingen en monitoring.
2. Waarom deze maatregel?
De aanleiding om kwaliteitsgestuurd te gaan werken is drievoudig:
- Integraal programmeren: Ondergrondse en bovengrondse opgaven moeten samenkomen. Kwaliteitsgestuurd beheer helpt om projecten logisch te koppelen aan wegen, groen, klimaatadaptatie en openbare ruimte en vereist inzicht in de kwaliteit van de assets.
- Duurzaamheid en circulariteit: Vervangen kost materiaal, energie en transport. Kwaliteitssturing zorgt ervoor dat materialen maximaal worden benut en dat kansen op hergebruik (buizen, pompen, kolken, putranden en -deksels) worden benut.
- Financiële noodzaak: De vervangingsopgave van riolen neemt sterk toe. Het is niet haalbaar én niet nodig om alles binnen een vaste termijn te vervangen. Kwaliteitssturing voorkomt onnodige vervangingen en optimaliseert budgetten.
3. Regelgeving
Kwaliteitgestuurd beheer is gebaseerd op een combinatie van technische richtlijnen, best practices en beleid:
- BRL 3210 – beeldkwaliteit en inspectiemethodiek
- NEN-EN 13508-2 – coderingen
- ISO 55000 – assetmanagementprincipes
- Stichting RIONED – stappenplan risicosturing, levensduurverwachting
Gemeenten stellen daarnaast interne protocollen op zoals:
- Inspectieprotocol (Tilburg)
- Afwegingskader repareren/relinen/vervangen
- Integrale programmeringssystematiek.
Het groene (bovengrondse) domein speelt hierbij expliciet mee: boomwortels, waterberging, biodiversiteit, klimaatadaptatie en herinrichting worden meegenomen in keuzes.
4. Wie moet wat doen?
Het kwaliteitsgestuurd werken kent een herkenbare volgorde: data op orde, bijhouden, vertalen naar informatie. Dit wordt vertaald naar een praktisch stappenplan dat gemeenten hanteren. In het stappenplan staan ook de verschillende rollen (wie is aan zet?)
Stap 1. Inventariseren wat je hebt (door de assetmanager)
- Valideer basisdata: ligging, diameter, materiaal, bouwjaar.
- Verzamel bestaande inspecties, meldingen en onderhoudshistorie.
- Check datakwaliteit: is de BRL volledig? Zijn eerdere reparaties geregistreerd?
Stap 2. Vaststellen van risicoprofielen (door de adviseur water en riolering samen met de assetmanager)
- Kans op falen bepalen (schadebeelden, leeftijd, aantasting, locatie bij bomen).
- Impact bepalen (functie bovengrond, bereikbaarheid, het aantal bovenstroomse aansluitingen ,kans op wateroverlast, maatschappelijke kosten).
- Leidingen indelen in categorieën: hoog, midden of laag risico.
Stap 3. Inspecties inplannen op basis van risico (door operationeel beheer samen met adviseur water en riolering)
Hieronder een voorbeeld. Het genoemde aantal jaren is afhankelijk van de ondergrond en dus in het bijzonder van de locatie van de gemeente in Nederland.
-
Jonger dan bijv. 20 jaar: alleen controleren bij bijzondere omstandigheden.
- bijv. 20–40 jaar: globale inspectie.
- bijv. >40 jaar of risicovol: detailinspectie volgens BRL/NEN.
Stap 4. Afwegingskader toepassen (door operationeel beheer)
- Repareren waar mogelijk.
- Relinen als tussenvorm.
- Vernieuwen als structurele oplossing noodzakelijk is.
- Overwegingen meenemen: locatie, restlevensduur, schadepatronen, hinder en integrale kansen.
Stap 5. Uitvoeren en registreren (door operationeel beheer met eventueel databeheerder)
- Registreren wat is gedaan (ook kleine reparaties).
- Data terugvoeren in systeem voor nieuwe risicoberekeningen.
Stap 6. Evalueren en verbeteren (door adviseur water en riolering, assetmanager en/of operationeel beheer)
- Jaarlijkse update risicoprofielen.
- Nieuwe kennis, inspecties en faalgegevens verwerken.
5. Praktijkervaringen
6. Veelgestelde vragen
Hoe bepalen gemeenten het risico?
Combinatie van kans op falen + impact op omgeving, verkeer en gezondheid.
Wat doe je als data ontbreken?
Eerst inspecties uitvoeren op leidingen met hoge waarschijnlijkheid of hoge impact.
Wordt het groene domein meegewogen?
Ja, steeds meer. Wortelgroei, klimaatdoelen en waterberging wegen zwaar mee.
Is risicogestuurd werken duurder?
Nee. Het voorkomt onnodige vervangingen en optimaliseert planning en capaciteit.
Kun je dit ook in kleine gemeenten toepassen?
Ja, zoals Beesel bewijst. Juist eenvoud en discipline zijn succesfactoren.
