Terug naar de inhoudsopgave van het Doeboek Duurzame Infra
1. Wat bedoelen we hiermee?
Partiële Recycling of PR houdt in dat een gedeelte van de grondstoffen in asfalt wordt vervangen door asfaltgranulaat. De opdrachtgever kan de marktpartij vragen om een asfaltmengsel te leveren met een bepaald minimum- en maximumaandeel gerecycled asfalt. Het selectief frezen van asfalt en het freesmateriaal gescheiden opslaan is hiervoor essentieel.
2. Waarom deze maatregel?
Met een minimaal PR-percentage in het asfaltmengsel wordt het gebruik van primaire grondstoffen teruggebracht. Een groot deel van de milieu-impact is verbonden aan het gebruik van deze primaire grondstoffen. Voor de minimale PR-percentages geldt dat deze op dit moment (2025) in de praktijk leiden tot lagere of gelijkblijvende kosten, afhankelijk van onder andere het mengseltype. Dit geldt tot ca. 60% - 65% PR.
3. Regelgeving
CROW | Standaard RAW Bepalingen 2025 en lijst met gevalideerde producten van het Asfaltkwaliteitsloket. De RAW-werkgroep Asfalt (WGA) heeft keuzebepalingen opgesteld waarmee de bestekschrijver in een RAW-bestek asfalt(mengsels) met een certificaat van het Asfaltkwaliteitsloket kan toestaan als alternatief voor een asfaltmengsel dat in het bestek is opgenomen. Alle keuzebepalingen staan in de 'Catalogus bepalingen' behorende bij de RAW Standaard Bepalingen. De 'Catalogus bepalingen' is te vinden in de CROW Kennisbank. De 'Catalogus bepalingen' is ook bereikbaar via de software van de leveranciers van de RAW bestekschrijfsoftware. (Het gaat hier specifiek om de bepalingen: 81.26.50, 81.26.51, 81.26.52, 81.26.53, 81.26.54 en 81.26.55.)
4. Wie moet wat doen?
De wegbeheerder of adviseur Wegen (in overleg met een eventueel intern ingenieursbureau) bepaalt welk PR-percentage in welke mengsels wordt toegestaan. Dit kan per mengsel worden opgenomen in het moederbestek van de gemeente waardoor het voor ieder werk wordt toegepast. Het is goed gebruik dat de opdrachtgever van tevoren de CE-markering toetst op alle gevraagde technische eisen, inclusief het percentage PR en dat hij achteraf een kwaliteitstoets uitvoert van wat er is aangebracht. Lees meer over kwaliteitscontrole.
Kwaliteitscontrole
De kwaliteitscontrole door de projectleider start met het controleren van de documenten van de aannemer, zoals de CE-markering en de prestatieverklaring van het te leveren asfaltmengsel van de producent. Vervolgens kan de projectleider een kwaliteitsplan van de aannemer opvragen en beoordelen op volledigheid, om inzicht te krijgen in de manier waarop de aannemer de kwaliteit van het aan te brengen asfalt borgt. Dit kwaliteitsplan vormt onderdeel van de interne bedrijfscontrole van de aannemer en dient ter waarborging van zijn eigen processen.
De projectleider ontvangt dit kwaliteitsplan van de aannemer alleen wanneer dit expliciet in het bestek is voorgeschreven.
De kwaliteitscontrole omvat onder andere aspecten als laagdikte, korrelverdeling, bindmiddelgehalte, holle ruimte en verdichtingsgraad van het aangebrachte asfalt. De toezichthouder kan daarnaast eigen controles uitvoeren op de verwerkingscondities, zoals de verwerkingstemperatuur. De opdrachtgever kan de beschikbare informatie over kwaliteitsborging vooraf gebruiken om vertrouwen te krijgen in de werkwijze van de aannemer. Uiteindelijk ontvangt de projectleider het definitieve kwaliteitsplan met bevindingen over de samenstelling en eigenschappen van het aangebrachte asfalt, inclusief de conclusies.
Verder kan de opdrachtgever, op eigen initiatief en na uitvoering maar vóór oplevering, een onafhankelijk kwaliteitsonderzoek laten uitvoeren. Hierbij worden de samenstelling en eigenschappen van het asfalt vastgesteld en vergeleken met de eisen die in het bestek zijn vastgelegd.
De adviseur Wegen vraagt de toezichthouder om extra aandacht te besteden als sprake is van een mengsel met een hoog percentage hergebruik en te registreren hoe de oplevering gaat, hoe het mengsel eruitziet en wat hij vindt van de verwerkbaarheid en de verdichting.
In de Standaard RAW-bepalingen ligt vast welke typen asfalt er in Nederland conform de Standaard geleverd mogen worden. Het is dan toegestaan om in AC Surf mengsels (deklagen) maximaal 30% PR toe te passen. Voor SMA is het percentage vooralsnog 0% in deklagen. Naar verwachting komt er begin 2026 een nieuwe richtlijn van het CROW voor 30% PR in Steenmastiekasfalt. De Standaard legt geen beperkingen op voor de mate van PR in onder- en tussenlagen.
In de Inkooptoolbox Duurzame Wegen van het Nationale Platform Duurzame Wegverharding staat meer informatie over het voorschrijven van een minimaal PR percentage in contracten. In de Inkooptoolbox staan ook voorbeeldteksten voor RAW-contracten.
De productbladen van BouwCirculair staan, in afwijking van de Standaard, het gebruik van 30% tot 50% asfaltgranulaat in AC Surf en in SMA toe.
Niet-Standaard RAW-mengsels moeten gevalideerd worden. In 2024 heeft het Asfaltkwaliteitsloket certificaten afgegeven op TRL 9 niveau voor AC Surf mengsels (deklagen) met 50-60% gerecycled asfalt. Dit zowel in Hot Mix als in Warm Mix. Voor SMA-deklagen zijn in 2025 certificaten op TRL 9 niveau afgegeven, ook met 50-60% hergebruik, en ook weer zowel in Hot Mix als Warm Mix.
Een gedegen validatietraject neemt in de regel wel 9 of 10 jaar in beslag. Een mengsel op TRL 9-niveau is uitgebreid getest en heeft zich bewezen in de praktijk. De levensduur van een gevalideerd mengsel met recyclaat is dan gelijk aan de levensduur van een regulier mengsel. Gevalideerde mengsels op TRL-9 niveau met PR kunnen daarom zonder risico worden toegepast.
Voor onder- en tussenlagen zijn er certificaten afgegeven op TRL 6 of TRL 7-niveau tot 95 of zelfs 100% PR.
5. Praktijkervaringen
Bram Hofschreuder, projectmanager bij het Ingenieursbureau: “Circulariteit en vermindering van CO2-uitstoot is in Helmond in het beleid verankerd. De afgelopen twee jaar hebben we ons met een kleine groep intrinsiek gemotiveerde collega’s vooral gefocust op het verduurzamen van onze asfaltverhardingen. Dit heeft geleid tot een aantal pilotprojecten, waaronder:
1. In juni 2025 hebben we in Helmond op een zwaar belaste weg op Bedrijventerrein Zuid Oost Brabant, in nauwe samenwerking met BAM Infra, de eerste deklaag met 60% PR (Partiële Recycling) gerealiseerd. Het betreft een LEAB-mengsel AC11 surf (Warm Mix Asfalt) op TRL 7 niveau. Om de prestaties van dit nieuwe mengsel te kunnen vergelijken met bestaande mengsels hebben we referentievakken aangebracht met een LEAB-mengsel met 30% PR (TRL9) en een traditioneel Hot Mix mengsel met 30% PR (AC11 surf). Dit stelt ons in staat om eventueel optredende schadebeelden te vergelijken en te correleren aan onze ervaringen met de bekende mengsels. We hebben bewust gekozen voor een zwaar belaste weg omdat we graag snel resultaat willen zien en het pilotmengsel breder in de stad willen gaan toepassen. De totale lengte van het pilotproject is 2.600 m. We hebben ten opzichte van de Standaard RAW Bepalingen een zwaardere eis gesteld aan het PR-materiaal, er mag minder rond materiaal in zitten;
2. In september 2025 hebben we op de toegangsweg naar hetzelfde Bedrijventerrein een SMA aangebracht met 30% PR, dat vonden we intern behoorlijk spannend omdat we in het verleden slechte ervaringen hebben gehad met SMA-deklagen. We hebben daarom gekozen om in het SMA-mengsel steenslag 3 voor te schrijven. In theorie zou steenslag 2 ook voldoen, maar we wilden wat meer zekerheid inbouwen. Ook hier hebben we een zwaardere eis gesteld aan het PR-materiaal. Uiteindelijk heeft de aannemer ervoor gekozen om ZOAB-frees als PR te gebruiken, bestaande uit alleen hoekig materiaal. De aannemer had het voorhanden en we hebben wat minder goede ervaringen met SMA, dus voor dit proefvak hebben we eenmalig hiervoor gekozen. Dat kan natuurlijk niet op grote schaal.
Omdat we in Nederland steeds hogere percentages PR toepassen in de asfaltmengsels van deklagen is het ontzettend belangrijk dat de PR van goede kwaliteit is. Veel wegen, ook bij ons, zijn dertig of veertig jaar geleden aangelegd en die zijn nu aan vervanging toe. In de meeste deklagen van die woonstraten zit nog geen PR. Dat is dus heel waardevol materiaal, wat je niet moet gaan vervuilen met frees van onderlagen. En dit moet je goed beheren. Dit is ook de reden dat we hopen regionaal binnen 4 of 5 jaar een asfaltbank van de grond te krijgen. Maar dat plan is nog echt in de beginfase. Ik hoop dat nog meer gemeenten ook de stap durven te zetten om de markt de kans te geven om te innoveren. We hebben elkaar echt hard nodig.”
Joop de Groot: “Tegenwoordig maken we al mengsels met meer dan vijftig procent gerecycled asfalt.” Ook al is er nog geen richtlijn voor het toepassen van gerecycled asfalt in steenmastiekasfalt (SMA), in Oss passen ze dit al wel toe. “We hebben deklagen van SMA liggen met dertig procent gerecycled asfalt. Dit houdt prima.”
Ties Prins, Specialist Verhardingen bij de gemeente Groningen: “In ons Convenant Verduurzaming Asfaltketen Noord-Nederland sturen we op 30% PR in deklagen, zowel in AC Surf als in SMA. Voor de markt is 30% PR in het mengsel geen enkel probleem. We hebben ook al hoger toegepast, een wegvak van SMA met 50% PR, dat was van voor het convenant. We zien geen verschil met deklagen waar geen PR in zit, dat wegvak ligt er al 3 jaar. Het staat of valt allemaal wel met het beschikbaar zijn van een hoge kwaliteit asfaltgranulaat voor in de deklaag en daarvoor moet je selectief frezen. In het convenant is dus afgesproken dat we dat doen en ook dat we onderzoek doen naar de kwaliteit van de steenslag die in het freesasfalt zit. In het asfaltonderzoek vooraf dat als bijlage bij het bestek zit, geven we aan ‘je krijgt een steenslag 2 of een steenslag 3 en die in die bitumen zit in de deklaag’. Je kan wel heel veel PR uitvragen maar als de benodigde kwaliteit, niet beschikbaar is, dan is het een kansloze operatie.”
Mart Kooy, ontwerpleider bij de sector Ingenieursbureau: “Al vanaf 2012 ben ik samen met mijn collega asfaltvakspecialist Frits van der Hoek gaan kijken naar mogelijkheden voor meer hergebruik in nieuw asfalt. Een eerste poging was een werk waarbij we mengsels voor de onder- en tussenlaag hebben uitgevraagd met een PR-percentage van 100%. Duurzaam uitvragen stond toen in Alphen aan den Rijn nog in de kinderschoenen. Er was toen maar één leverancier die kon leveren en daar strandde het op.
In 2017 hebben we voor onderlaag en tussenlaag mengsels uitgevraagd met min. 90% PR, om de markt uit te dagen. Er waren toen wél meerdere leveranciers en het werk is met 100% PR uitgevoerd, meer dan toen standaard was. Die innovatieve mengsels hebben zich tot nu toe goed gehouden, maar je neemt wel een risico, vooral met belangrijke wegen. Je moest (of moet) over kennis beschikken om het gesprek met de aannemer te kunnen voeren.
Inmiddels is e.e.a. beter geregeld door het initiatief Asfaltkwaliteitsloket waarbij er TRL-niveaus (Technology Readiness Levels) aan mengsels worden toegekend om koudwatervrees bij de opdrachtgevers weg te nemen. Aan welk TRL-niveau een mengsel bij ons moet voldoen, hangt af van de locatie.
Sturen op toepassing van zoveel mogelijk PR voor duurzaam asfalt is niet verstandig, je komt steeds dichter bij de kwaliteitsgrens van het mengsel. Als civieltechnisch ontwerper kijk ik voor duurzaam asfalt niet alleen naar PR maar ook naar andere aspecten van duurzaamheid: MKI/LCA, uitvoering, biobased, levensduur, lagetemperatuurasfalt, een tussenlaag uitsparen door een sterker mengsel enz. De keuze die je maakt is vooral gebiedsafhankelijk (welk type weg en hoe zwaar - verkeersintensiteit - wordt een weg belast?). In de toekomst verwacht ik dat we vooral gaan sturen op MKI (2027 verplichting?). Of en hoe PR in asfaltmengsel doorwerkt in de MKI is voor mij nog niet duidelijk, sturing op een veilig gehalte PR is nu uitgangspunt bij gemeente. Duurzaam asfalt uitvragen is voor ons nog een leerproces.”
6. Veelgestelde vragen
Verhoogt recycling van asfalt de kans op uitstoot van schadelijke stoffen bij de asfaltcentrales?
Uit onderzoek EIB 2024: Asfaltcentrales signaleren enkele problemen met het mengen van asfalt met een hoge mate van recycling. Het recyclen van freesasfalt in sommige productieprocessen kan leiden tot een hogere piektemperatuur en een hogere uitstoot schadelijke stoffen (afhankelijk van het productieproces). Dit kan ervoor zorgen dat deze asfaltcentrales problemen ondervinden om aan de uitstootlimieten van zeer zorgwekkende stoffen te voldoen. Gezien circulariteit centraal staat richting 2030, moet er rekening mee worden gehouden dat productietechnieken van sommige centrales aangepast moeten worden om aan de geldende milieueisen te kunnen voldoen.