1. Wat bedoelen we hiermee?

In de gemeentelijke praktijk kan de milieubelasting van wegmarkering met name worden verminderd door: 

  • Te kiezen voor een leverancier die de productie heeft geëlektrificeerd. De milieu-impact van wegmarkering ligt vooral in de productiefase: 60 tot 70% van de milieueffecten ontstaan daar. Elektrificatie van het applicatiematerieel draagt verder bij aan de reductie van CO2-emissies. Op dit moment wordt vaak nog gebruikgemaakt van applicatiematerieel op fossiele brandstoffen. In de optimale situatie is ook de vrachtwagen vol elektrisch.  
  • Bij onderhoud uitsluitend die delen van de wegmarkering te herstellen die versleten zijn (d.w.z. onvoldoende zichtbaar). Je kunt zelf naar buiten gaan om dit op te nemen of het uitbesteden aan een gespecialiseerd bedrijf, dat met behulp van camera-auto’s de zichtbaarheid van de wegmarkering in kaart brengt. Daarop baseer je dan de keuze welke stukken wegmarkering wél en welke niet hoeven te worden hersteld. Lees ook het praktijkvoorbeeld van Utrecht. 
  • Minder materiaalgebruik: het aanbrengen van een dunnere laag markering (2 mm i.p.v. 3 mm thermoplast), of het versoberen van de figuratie van wegmarkeringen. Een ander voorbeeld hiervan is het aanbrengen van longdot- of spettermarkering in plaats van een volle lijn. Dit speelt vooral buitenstedelijk bij doorgetrokken strepen in het midden en aan de zijkant van de weg. Longdot- en spettermarkeringen komen niet zo vaak voor bij gemeenten.  

In augustus 2025 concludeert Rijkswaterstaat in een rapport dat biobased alternatieven in vergelijking met wegmarkeringen gebaseerd op fossiele bestanddelen, er in de MKI-berekening vaak niet beter uitkomen. Onderzoek is nodig. Momenteel zijn er verschillende aanbieders die biobased markeringen aanbieden. 

2. Waarom deze maatregel?

Ook met wegmarkering kunnen we een bijdrage leveren aan het verminderen van de milieu-impact van het wegenareaal. Door elektrificatie van productie en materieel vermindert de uitstoot van CO2. Door alleen de versleten wegmarkering op te frissen en minder materiaal te gebruiken, dragen we bij aan een circulaire economie (‘Reduce’ op de R-ladder). 

3. Regelgeving

Er is geen regelgeving. Wel heeft CROW de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) gepubliceerd. Hierin zijn (met plaatjes) vijf niveaus opgenomen van zichtbaarheid van de markering. De beheerder kiest ervoor om onderhoud te plegen op een van de vijf niveaus voor zijn hele areaal of een deel ervan. De KOR biedt hiermee een hulpmiddel om het na te streven beleid t.a.v. beheer en onderhoud vast te leggen.  

4. Wie moet wat doen?

De wegbeheerder of beheerder straat- en wegmeubilair (wegmarkering valt onder wegmeubilair) beslist over het verduurzamen van de wegmarkeringen. Als het gaat om onderhoud is ook de directievoerder aan zet. 

5. Praktijkervaringen