Of het nu gaat om pompen en buizen, huisaansluitingen of putten: er zijn verschillende maatregelen die je kunt nemen om ervoor te zorgen dat een onderdeel of constructie in de riolering langer kan worden gebruikt. De gemeente Beesel vertelt welke maatregelen zij toepast, en welke voordelen dit oplevert. “Door de leidingen schoon en de doorstroming goed te houden, hoeven pompen minder hard te werken.”

Bert Kiewiet, beleidsadviseur water, riolering en klimaatadaptatie.

Zwaar werk voorkomen

Een voorbeeld van een levensduurverlengende maatregel is een grondwaterinjectie. Hierbij wordt er wat grondwater in de leidingen gepompt via een gemaaltje. Deze maatregel kan worden toegepast bij drukriolering. Een grondpomp met een tijdklok zorgt ervoor dat er één keer per zoveel uur extra water door de drukriolering gaat. “Dit helpt de leiding schoon te houden en gaat de vorming van zwavelzuur tegen,” vertelt Jos Verdonck, medewerker buitendienst bij de gemeente. “Hierdoor gaan de leidingen langer mee en voorkomen we stankproblemen.”

Waar lucht zich ophoopt in een leiding, kan deze vacuüm zuigen. Hierdoor stopt de doorstroming. Dit gebeurde in Beesel bij een stuk riool dat diep onder een autosnelweg loopt. Hier heeft de gemeente een automatische ontluchter geïnstalleerd. Jos: “Deze zorgt ervoor dat de lucht uit de leiding ontsnapt.” Was die lucht blijven zitten, dan hadden de pompen tegen veel tegendruk moeten werken, wat leidt tot vroegtijdige slijtage. “Dat hebben we met deze maatregel weten te voorkomen.”

Ook foam pigging helpt de levensduur van leidingen te verlengen. Hierbij wordt een soort filter door de leiding geduwd. Jos: “Het filter duwt afzettingen uit de leiding, waardoor deze van binnen als het ware wordt schoongemaakt.” Dit gebeurt terwijl de leiding gewoon in de grond ligt. Zo wordt voorkomen dat de leiding steeds dichter of kleiner wordt door opgebouwde afzettingen, waardoor pompen steeds harder moeten werken – met vroegtijdige slijtage tot gevolg.

Jos Verdonck, medewerker buitendienst bij de gemeente

Energie en eenvoud

Deze levensduurverlengende maatregelen hebben als doel om volledige vervanging van het rioolstelsel uit te stellen. Tegelijkertijd zorgen ze ervoor dat de functionele en structurele kwaliteit van het rioolstelsel behouden blijft. Daarnaast leveren de maatregelen nog een voordeel op. Bert Kiewiet, beleidsadviseur water, riolering en klimaatadaptatie: “Met deze maatregelen bespaar je ook nog eens energie. De pompen hoeven namelijk minder hard te werken wanneer je de leidingen schoon en de doorstroming goed houdt.”

Veel van de bovenstaande maatregelen kan de beheerder zelf (laten) uitvoeren. Bert: “Het gaat vaak om relatief goedkope ingrepen van een paar honderd tot enkele duizenden euro’s die geen uitgebreide inkoopprocedures of langdurige monitoring vereisen.” Jos legt uit hoe een automatische ontluchter geïnstalleerd kan worden: “Die installatie is relatief eenvoudig en snel te maken. Je hebt alleen een kastje en wat gereedschap nodig.”

De ontluchter zelf wordt tussen de leiding gebouwd. Hiervoor wordt een T-stuk gebruikt. De ontluchter wordt bovengronds in het kastje geplaatst en gebruikt de druk in de leiding om alleen de lucht te laten ontsnappen. Het kastje moet eens in de paar maanden worden schoongemaakt, wat ook door de beheerder kan worden gedaan.

Weet wat je beheert

Levensduurverlengende maatregelen aan de riolering zijn misschien nog wel het best te vergelijken met een goed onderhouden fiets: kleine, regelmatige smeerbeurten en afstellingen voorkomen grote, dure reparaties of stellen deze uit. Daarnaast zorgen de kleine ingrepen ervoor dat het systeem soepel en energie-efficiënt blijft functioneren.

Wat heb je als beheerder naast gereedschap en wat onderdelen nog meer nodig om met levensduurverlengende maatregelen aan de slag te gaan? “Vooral een ‘gewoon doen’-mentaliteit,” vertelt Bert. “Deze oplossingen zijn bedacht door de beheerder zelf. Het zijn relatief kleine projecten die weinig hoeven te kosten en waarvoor geen externe partij hoeft te worden ingeschakeld. De beheerder kan zo’n maatregel dan ook vaak zelf binnen de gemeente regelen, zonder vast te hoeven lopen in organisatorische regelgeving.”

Wel benadrukt Bert dat je als beheerder niet alleen kennis van de theorie, maar ook van de praktijk nodig hebt. “Je moet weten hoe het er buiten aan toegaat, weten hoe de situatie buiten is, wat er speelt. Zo zie je welke problemen er zijn en kun je de juiste oplossingen bedenken.” Weet wat je beheert, en bij het bedenken van oplossingen mag je best een beetje eigenwijs zijn. Dat is nodig, essentieel zelfs. Bert: “Riolering bevindt zich onder de grond. Hierdoor weet je niet precies hoe het allemaal in elkaar steekt, omdat je veel dingen niet kunt zien. Om iets gedaan te krijgen, moet je durven en het gewoon doen.”