In Haarlemmermeer krijgt een brug voor de vierde keer een nieuw leven. De stalen kolos moet er heel wat kilometers voor afleggen, maar het scheelt veel CO2-uitstoot ten opzichte van nieuwbouw. Het 'tweedehandsje' blijkt nog voordeliger ook.
Beeld: © CoBouw / CoBouw
Na een laatste stop bij Braspenning voor het aanbrengen van een nieuwe, groene coating, zal de afgeslankte brug bij Abbenes dienstdoen als fietsbrug over de Haarlemmermeerse Hoofdvaart.
De blauwe vakwerkbrug deed tot voor kort dienst als havenbrug in Vlissingen. Na een transport over de weg ligt het 28 meter lange en 50 ton zware gevaarte nu op betonblokken in de opslag bij Dura Vermeer in Cruquius, naast twee andere ‘occasions’. Daarvandaan gaat hij langs bij Braspenning in Amsterdam waar laklagen, roest en de slijtlaag eraf gaan. Vervolgens gaat de tocht naar staalspecialist Vic Obdam. Deze verwijdert in zijn werkplaats in Obdam de stalen boven- en onderregels, die straks niet meer nodig zijn.
Fietsbrug
Na een laatste stop bij Braspenning voor het aanbrengen van een nieuwe, groene coating, zal de afgeslankte brug bij Abbenes dienstdoen als fietsbrug over de Hoofdvaart. Best een gedoe om het 4,8 meter brede gevaarte met nachtelijke transporten te verplaatsen, geeft projectleider Jannis Nikolakakis van Dura Vermeer toe. “Maar alle partijen met hun gespecialiseerde installaties hier onderbrengen is veel ingewikkelder”, legt hij uit. “En ondanks alle omzwervingen boeken we 58 ton CO2-winst ten opzichte van nieuwbouw. Ik schat bovendien dat de kosten van nieuwbouw anderhalf tot twee keer hoger zouden zijn.”
Afslanking
Dat laatste is vooral te danken aan het feit dat de brug in zijn geheel herbruikbaar is, zonder bewerkelijke demontage. En dat is geen toevalstreffer. De gemeente Haarlemmermeer vond de brug uit Vlissingen in de Nationale Bruggenbank. Deze geeft alle eigenschappen van overtollige bruggen weer, om een goede match te kunnen maken.
Beeld: © CoBouw
Weliswaar moeten de overbodig geworden stalen kokerregels eraf, maar deze worden hergebruikt in de nieuwe aanbruggen en ondersteuningskolommen die de brug krijgt. Om doorbuiging als gevolg van de ‘afslanking’ te voorkomen, krijgt de brug over de gehele lengte nieuwe verstijvingen in de vorm van ingelaste staalplaten. Ook worden sommige delen van het vakwerk vervangen. Naar verwachting kan de brug in juni al naar zijn definitieve plek. De nieuwe landhoofden moeten dan ook klaar zijn.
Lichte scheefstand
Het is niet de eerste keer dat de brug wordt ‘omgekat’. Hij startte zijn levenscyclus in 2001 in Bovensmilde als noodbrug voor zwaar verkeer, ging in 2015 naar Ameland als tijdelijke verkeersbrug en belandde in 2020 in Vlissingen. Daar fungeerde hij – na versterking en verlenging van 20 naar 28 meter – als laad- en losbrug. Die geschiedenis is goed zichtbaar in de puntenwolk die Vic Obdam ervan maakte. “Je kunt bij nauwkeurige inspectie de verdikking zien waar hij verlengd is en ook dat er een lichte scheefstand in zit”, zegt Jan Smit van Vic Obdam. “Misschien heeft hij ergens tijdens zijn leven een tikkie gehad – of het komt door het hijsen.” Dat laatste zal niet opnieuw gebeuren, want bij de komende transporten wordt de brug verplaatst met een speciale trailer die zichzelf kan ‘oppompen’ en laten zakken.
Marktplaats voor bruggen
Voor de Nationale Bruggenbank betreft het de 25ste herplaatste brug. Haskoning richtte deze ‘marktplaats voor bruggen’ al in de jaren tachtig op, maar maakt sinds 2019 écht werk van bemiddelen tussen kopers en verkopers. Momenteel zijn er zo’n dertig bruggen in de aanbieding – in omvang variërend van een voetgangersbruggetje tot de Van Brienenoordbrug. Een schijntje gezien het totale aantal van 85.000 Nederlandse bruggen, waarvan vele vervanging wacht. “Daarom zeggen wij: zet je bruggen nú al op ons platform als je weet dat ze in 2030 worden vervangen”, zegt Hylke Poelsma van de Nationale Bruggenbank.
Conservatisme hindert
Zonder vergroting van de keuzemogelijkheden is circulaire bruggenbouw gedoemd marginaal te blijven. Hoe meer aanbod, hoe groter de kans op één-op-één herplaatsing. De kosten zijn anders al snel te hoog, wegens kostbare aanpassingen.
Conservatisme in de bouw hindert de keuze voor tweedehands, denkt Poelsma. Dit ondanks de komst van een richtlijn voor veilig hergebruik van bruggen (NTA 8713). Opdrachtgevers kiezen toch liever ‘safe’ voor nieuwbouw. Hergebruik wordt geassocieerd met niet-gestandaardiseerde processen, ongewenste verrassingen en extra onderzoeken – bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van chroom-6.
Waarom het toch is gelukt in Haarlemmermeer? Hergebruik en vermindering van grondstoffengebruik sluit aan bij de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. “Bovendien heeft deze pre-loved brug een veel kortere bouwtijd”, zegt wethouder Marja Ruigrok bij de start van de werkzaamheden. “Dat geeft minder overlast voor de omgeving en de omwonenden.”
Beeld: © CoBouw
Kwestie van doen
Is de kogel eenmaal door de kerk, dan is de uitvoering weinig ingewikkelder dan anders, weet Nikolakakis na een eerder herbruikproject. “De grootste uitdaging is een goede aansluiting vinden van alle disciplines. Partijen moeten samenwerken en risico’s delen. Maar daar worden we ook steeds beter in: hergebruik is een kwestie van gewoon doen.”
Pre-loved
Haarlemmermeer koos voor de ‘pre-loved’ brug bij Abbenes wegens de vervanging van de Kaagbrug en een aantal viaducten over de Hoofdvaart. Er was daarom een tijdelijke brug nodig voor fietsers. De gemeente besloot om deze tijdelijke oplossing permanent te maken, omdat dit veiliger is dan de huidige situatie. De brug krijgt een groene kleur en op de brugleuning een gedicht van ‘polderdichter’ Leo Richardson.
Bron: CoBouw, Tekst: Edo Beerda