Duurzaamheid hoort niet alleen in het contract te staan. Het moet in elke fase van een project terugkomen, van aanbieding tot uitvoering. Daaraan werkt de Themagroep Duurzaamheid van de Taskforce Infra (TFI). Rijkswaterstaat en marktpartijen zoeken samen naar een aanpak die duurzame prestaties beloont en kennis tussen projecten deelt.

Concrete duurzaamheidseisen in een contract opnemen, zoals voor betonrecycling of hergebruik van onderdelen, is volgens Remko Lelieveld (programmamanager Duurzaam GWW bij Rijkswaterstaat) niet het lastigste deel. "Maar we willen alle stakeholders stimuleren om duurzaamheid integraal mee te nemen in alle stappen van een project, van aanbieding tot uitvoering."
Continuïteit voor de markt
Marktpartijen zijn bereid te investeren in emissieloos materieel, circulariteit en CO₂-reductie. Wel moeten ze weten welke koers opdrachtgevers varen. "De markt is er wel klaar voor, maar dan gaat het om perspectief en consistentie", zegt Gerard Hoiting, algemeen directeur van Roelofs Groep. "We willen niet eenmalig in één project investeren." De langdurige raamovereenkomsten binnen de vernieuwingsopgave bieden daarvoor kansen.
Basisniveau voor koplopers
De werkgroep maakt onderscheid tussen twee niveaus. Het basisniveau kunnen steeds meer marktpartijen toepassen. Daarboven komen aanvullende prestaties waarmee koplopers de lat hoger leggen. Bewezen oplossingen kunnen later onderdeel worden van het basisniveau. De werkgroep onderzoekt hoe die extra prestaties kunnen meewegen in aanbesteding en uitvoering.
Leren tussen projecten
Kennis mag niet bij één project blijven hangen. Daarom moeten resultaten worden gemonitord, geëvalueerd en gedeeld. De Taskforce Infra heeft gevraagd de aanpak verder te concretiseren. De nadruk ligt nu op instrumenten om duurzame prestaties te waarderen en te belonen, en op het monitoren en delen van resultaten.
Lees het volledige artikel, met meer toelichting van Lelieveld en Hoiting, op Taskforceinfra.nl.
