Ook met beperkte middelen kun je circulariteit verweven met jouw organisatie. Zo zet gemeente Lingewaard met één fte belangrijke stappen. Esmé Bosch, beleidsmedewerker circulaire economie, probeert circulariteit onderdeel te maken van het werk van collega’s. Dit doet ze door hen op te zoeken en hun werkpraktijk te leren begrijpen. Ze vertelt over haar aanpak, die nog in ontwikkeling is.
Sluit aan bij de praktijk
In mei 2025 kwam Esmé bij de gemeente werken om circulariteit te helpen verankeren binnen de organisatie. Haar eerste taak: circulair beleid opstellen. Daarbij bouwde ze voort op voorbereidend werk van collega’s die voor haar komst een startnotitie hadden opgesteld. Esmé: “Al voor mijn komst werd intern gecommuniceerd dat circulariteit een onderwerp zou worden waar de organisatie mee aan de slag zou gaan, en dat hiervoor een beleidsmedewerker zou worden aangenomen. Die voorbereiding heeft mij enorm geholpen, omdat het onderwerp hiermee politieke prioriteit kreeg.”
Met input van collega’s uit verschillende afdelingen stelde Esmé het beleid op. Ze vroeg naar hun praktijk, hun vertrekpunt, hun ideeën. Zo kreeg ze inzicht in hun werkpraktijk en hun kijk op circulariteit. Op die praktijk moet het beleid aansluiten, zegt ze: “Uiteindelijk moet je snappen hoe het voor een ander werkt, zodat je circulariteit praktisch, behapbaar en toepasbaar kunt maken voor al je collega’s. Daarvoor is het nodig dat je zoveel mogelijk mensen spreekt.”
"“De eerste vraag is: wat doen we niet?”"
Het beleid, dat in december 2025 is vastgesteld, richt zich voornamelijk op infrastructuur, eigen vastgoed en bouwprojecten van derden. “Daar kunnen we veel impact maken”, vertelt Esmé. Het beleid omschrijft een vaste volgorde van afwegingen die collega’s kunnen maken in projecten, om zo de vraag naar nieuwe grondstoffen te verkleinen. Esmé: “De eerste vraag is: wat doen we niet?” Denk aan enkele jaren uitstel van een vervangingsproject, omdat na onderzoek blijkt dat het huidige materiaal nog goed genoeg is. “Daarna kijk je naar behoud van waarde: wat kun je hergebruiken, langer gebruiken of bijvoorbeeld repareren? En als er toch nieuwe materialen nodig zijn, hoe kun je dat dan zo duurzaam mogelijk doen?”
Het beleid biedt een vaste volgorde van afwegingen die collega’s in projecten helpt om de vraag naar nieuwe grondstoffen te verkleinen. Zo wordt bijvoorbeeld aanbevolen om voor materialen te kiezen met een lage CO₂-uitstoot, hernieuwbare grondstoffen of een hoog recyclingpercentage, en onderdelen zo te ontwerpen dat ze later eenvoudig uit elkaar gehaald en hergebruikt kunnen worden.

Beleidsmedewerker circulaire economie Esmé Bosch, gemeente Lingewaard
Weet waar je staat
Momenteel werkt ze aan de vertaling van dit beleid naar de werkvloer. Om een beeld te krijgen van welke kennis en ondersteuning collega’s nodig hebben en wat hun kennisniveau is, heeft ze een enquête uitgezet. Vind je circulariteit relevant voor jouw functie? Hoe doe jij hierover kennis op? En: waarbij heb je hulp nodig? Het is een greep uit de ongeveer 20 vragen die de enquête telt. De antwoorden geven richting aan welke kennis en ondersteuning nodig zijn, hoe collega’s het beste bereikt kunnen worden en welke activiteiten daarbij passen.
De respons was hoog: van de 400 medewerkers hebben 160 mensen de enquête ingevuld. Esmé noemt twee belangrijke uitkomsten: “Ongeveer de helft van de respondenten wist niet dat Lingewaard circulair beleid had. En sommige medewerkers vonden circulariteit niet relevant voor hun functie.” Ze beschouwt dit als een kennisgat dat communicatie kan helpen dichten. Daarom wordt er binnen de gemeente aan een communicatieplan gewerkt om de kennis over circulariteit binnen de organisatie te vergroten en duidelijk te maken wat circulariteit voor het werk van collega’s betekent. Door de enquête over twee jaar te herhalen, wil ze bovendien nagaan of het kennisniveau is gestegen.
"“Dankzij hulp van binnen en buiten voelt het alsof ik meer werk kan leveren dan die ene fte.”"
Vraag hulp binnen en buiten je organisatie
Binnen de gemeente zoekt Esmé collega’s op die ook enthousiast zijn over circulariteit. Bijvoorbeeld projectleiders, collega’s bij inkoop, juridische zaken en de verantwoordelijke(n) voor het Handboek Openbare Ruimte. Zij helpen om het onderwerp binnen hun eigen afdeling en team verder te brengen.
Voor aanvullende expertise zoekt Esmé ondersteuning bij de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR), waar Lingewaard deel van uitmaakt. “Zij beschikken over veel kennis en een groot netwerk. Dat helpt enorm en maakt dat het voelt alsof ik meer werk kan leveren dan die ene fte.” Daarnaast kwam Lingewaard via de GMR in contact met andere gemeenten. Gezamenlijk werken zij aan het verduurzamen van hun Handboek Openbare Ruimte. Zo willen de deelnemende gemeenten hun uitgangspunten voor circulariteit beter op elkaar afstemmen. Circulariteit gaat immers over gemeentegrenzen heen en gezamenlijke uitgangspunten helpen om die regionale samenwerking vorm te geven.
Ook heeft de gemeente voor de Rijnstraat via de GMR een voucher gekregen voor ondersteuning. Hiermee kan de gemeente bijvoorbeeld hulp inschakelen bij het berekenen van de milieukosten. Het invoeren van de milieukostenindicator (MKI) in de gemeentelijke organisatie is volgens Esmé een grotere uitdaging. Daarvoor moet de gemeente zelf uitzoeken hoe zij ermee gaat werken. “Op een gegeven moment worden we verplicht om de MKI mee te nemen in bepaalde aanbestedingen. Dat vraagt om technische expertise, tijd en geld. Terwijl onze capaciteit beperkt is. Die expertise missen we op dit moment nog. Een concreet stappenplan zou bijvoorbeeld al kunnen helpen.”

Begin klein
Wat kun je als kleine gemeente morgen al doen? Begin met een opgave en zoek daar gericht hulp bij. Esmé: “Maak je hulpvraag concreet: bedenk wat je wilt bereiken, welke kennis je mist en wie binnen of buiten je organisatie kan helpen.” Wacht vervolgens niet af, maar klop zelf aan. Ook inzicht krijgen in je uitgangspositie hoeft niet meteen groot: Esmé wil bijvoorbeeld jaarlijks met een steekproef van een paar projecten onderzoeken hoeveel primaire en secundaire grondstoffen de gemeente gebruikt. Ze kiest bewust voor reductie van het gebruik van primaire grondstoffen als indicator, omdat ze met de beschikbare capaciteit niet alles tegelijk kan volgen. Zo wil ze bepalen waar haar inzet het meeste kan opleveren. Haar advies: “Stel, je kunt één ding goed doen en daarmee maak je echt impact: doe dat dan. Benut daarbij de kennis en het enthousiasme van anderen om verder te komen.”
Meer weten?
Benieuwd naar het Beleidskader Circulariteit van gemeente Lingewaard? Of wil je kennis en ervaringen uitwisselen, bijvoorbeeld over de MKI? Stuur een e-mail naar Esmé Bosch via e.bosch@lingewaard.nl.
Dankwoord
Esmé is ontzettend blij met alle collega’s die met elkaar samenwerken aan circulariteit in Lingewaard. Zij wil hen dan ook graag nog even in het zonnetje zetten: “Er zijn veel projectleiders en adviseurs die een extra stap zetten. Zonder hen kan ik niets. Zij zijn samen de ambassadeurs op het gebied van circulariteit. Bij een woningbouwproject betrekt projectleider Alex Sannes bijvoorbeeld proactief circulariteit in het project, en vergaart hij zelf kennis. Voor het Handboek was het mijn collega Wilbert Reijmer die aankaartte dat we meer moeten samenwerken met de regio, en meer moeten durven op het gebied van duurzaamheid. En collega Peter Mom, een enorme voorstander van circulariteit, is gewoon gaan doen: kijken wat er wel en niet lukt.”
Met Sebastiaan Luimes werkt ze samen aan de herinrichting van de Rijnstraat. “Hij heeft circulariteit meegenomen in de uitvraag, neemt mij mee in het proces en wil echt andere dingen proberen. Denk aan een materialenscan, het proberen van een innovatief nieuw materiaal en kijken naar wat er wél hergebruikt kan worden. En daarbij zegt hij heel mooi: het gaat niet om de leeftijd van de materialen maar om de kwaliteit. Daar moeten we van uitgaan.”
