Waarmee maak je nou de meeste circulaire impact? Eigenlijk eenvoudig: door niet te bouwen. Of door minder te bouwen. Dit gaat over ‘preventie van materiaalgebruik’. In de circulaire ontwerpprincipes is Preventie daarom ook de hoogste strategie (zie afbeelding 1). Projecten niet of gedeeltelijk uitvoeren vermindert de vraag naar nieuwe grondstoffen en vermindert de milieu-impact die gepaard gaat met transport en bouw.

Beeld: Wittteveen+Bos (2018). Circulair ontwerpen in het MIRT-proces

De circulaire ontwerpprincipes

Preventie en preventie

Er zijn twee soorten preventie: ‘grote’ preventie (voordat een project start) en ‘kleine’ preventie (het verminderen van materiaalgebruik binnen een project). 

Verschillen tussen grote preventie en kleine preventie
Grote preventie
voordat project start
Kleine preventie
verminder materiaalgebruik binnen project

Projecten niet doen.

Projecten uitstellen.

Projecten pas starten als verharding/object einde levensduur is.

Delen van een project niet uitvoeren (projectscope verkleinen).

Levensduurverlenging en hergebruik.

Minder elementen en slimme oplossingen.

Slanke ontwerpen en materialen.

Verminderen van verharding en vergroenen van het areaal.

De ‘Doemodus’ in organisaties

Met name de ‘grote preventie’ is lastig om vorm te geven. Preventie is doorgaans geen vast onderwerp bij de totstandkoming van projecten. We zien nogal eens dat verhardingen vroegtijdig worden opgebroken. Hier kunnen goede redenen voor zijn, zoals verkeersveiligheid. Tegelijkertijd is dit vanuit circulariteit iets wat we moeten zien te beperken. Je hebt als overheid meer impact door een weg in stand te houden tot einde levensduur, dan vroegtijdig een project op te breken en dan een iets duurzamer materiaal toe te passen. 

Binnen een gemeente zijn diverse aanleidingen om een project te starten. Van rioolvervanging, beheer en onderhoud, tot mobiliteit, biodiversiteit of energietransitie: er zijn diverse redenen die leiden tot de startopdracht van een project. Vanaf dan zit de organisatie vaak in de doemodus om mooie resultaten te bereiken. Bovendien geldt regelmatig: “nu we er toch zijn … gaan we ook …”. Hoe kun je dan nog goed het gesprek over ‘preventie’ voeren? Ook is het een probleem dat iedereen een beetje verantwoordelijk is voor preventie, maar hierdoor vaak niemand écht met preventie van materiaalgebruik bezig is. We moeten vaker het gesprek voeren: moeten we dit project wel doen, in zijn volledigheid? De ‘grote preventie’. En áls we dan weloverwogen tot een project komen, hoe kunnen we binnen dat project materiaal besparen? De ‘kleine preventie’. 

Wat zijn argumenten voor preventie?

Wat zijn eigenlijk de voordelen van preventie? Niet alleen vanwege circulariteit is preventie nuttig. Er zijn meerdere argumenten vóór preventie:

  • Preventie leidt tot de meeste circulaire impact vergeleken met ‘waardebehoud’ en ‘waardecreatie’.
  • Preventie vermindert kosten, omdat een project niet, later, in kleinere vorm en/of met minder materialen uitgevoerd wordt.
  • Preventie (het niet uitvoeren van projecten) vermindert de werkdruk van de organisatie. 
  • Preventie draagt bij aan de bereikbaarheid van de stad, want minder projecten uitvoeren betekent ook minder overlast in de stad door tijdelijke afzettingen en omleidingen.

Wie kan wat doen voor preventie?

Vanuit verschillende rollen zijn er mogelijkheden om op preventie te sturen, ‘grote’ preventie of ‘kleine’. Hieronder schetsen we enkele voorbeelden:

  • Weeg als MT ‘grote’ preventie mee bij het vaststellen van startopdrachten en minimaliseer het opbreken van wegen die nog (lang) niet einde levensduur zijn;
  • Maak (‘kleine’) preventie onderdeel van het gesprek tussen wethouder, ambtelijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtnemer. Wat levert een grote projectscope op tegen welke milieu-impact, en hoe verhoudt dat zich tot bijvoorbeeld delen niet of anders doen?
  • Maak verminderen van materiaalgebruik onderdeel van projectdocumenten en werkwijzen, zoals een startopdracht, projectplan en handreiking voor circulariteit in projecten. Vraag bijvoorbeeld om een uitleg waarom gebouwd wordt indien einde levensduur nog niet bereikt is. En vraag naar maatregelen die genomen worden om de benodigde hoeveelheid materiaal te verminderen.
  • Verken als projectmanagers, assetmanagers en ingenieurs opties waarbij delen niet of anders worden uitgevoerd en maak de besparing in financieel en milieu-opzicht inzichtelijk (bijvoorbeeld d.m.v. MKI).
  • Verken als ontwerpers en ingenieurs varianten waarbij minder (nieuw) materiaal nodig is; ontwerp ‘slank’ en gebruik minder objecten/elementen in je ontwerp.
  • Daag als inkoper marktpartijen uit om slimme oplossingen te komen die minder materiaal vergen.

Praktijkervaringen