Om milieuprestaties objectief mee te kunnen nemen in aanbestedingen in de Grond-, Weg-, en Waterbouw (GWW), wordt steeds vaker gebruikgemaakt van de Milieukostenindicator (MKI). Deze zet de milieubelasting van een product, proces of project om in een geldbedrag: de 'milieukosten'. Het zijn de schaduwkosten om de negatieve effecten van het product, proces of project teniet te doen. Hoe lager de MKI-waarde, des te lager is de milieu-impact.

Voordelen van MKI in aanbestedingen

  • Objectieve milieubeoordeling: MKI maakt milieueffecten meetbaar en vergelijkbaar.
  • Stimulans voor innovatie: Bedrijven worden uitgedaagd om duurzamere oplossingen te ontwikkelen.
  • Transparantie: Alle partijen weten waarop beoordeeld wordt en welke voordelen duurzame keuzes opleveren.
  • Draagt bij aan klimaatdoelen: Door de milieudruk structureel mee te nemen in aanbestedingen wordt de CO₂-footprint van GWW-projecten verlaagd.

Omdat er behoefte is aan een sterkere en meer eenduidige sturing op verduurzaming in de sector, werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een maatregelenpakket voor opdrachtgevers. 

Het maatregelenpakket omvat straks (naar verwachting in 2027) twee wettelijke verplichtingen:

  • Voor opdrachtgevers wordt het verplicht om minimale milieuprestatie-eisen te stellen (in de vorm van MKI-plafondwaarden) aan de materialen met de meeste impact in de GWW: asfalt, beton en mogelijk staal.
  • Daarnaast zijn opdrachtgevers straks verplicht om de MKI in te zetten als gunningscriterium bij aanbesteding van grote GWW-projecten. Wanneer is een project ‘groot’? Hiervoor wordt mogelijk de Europese aanbestedingsgrens aangehouden.

Meer informatie staat op de pagina Sturen met MKI in de GWW-sector.

Voor opdrachtgevers komt er hulp om de regels straks goed toe te passen, in de vorm van een MKI Ondersteuningspunt, dat al in 2026 van start gaat. Zodra de verplichtingen eenmaal wettelijk zijn vastgelegd, zal CROW de RAW-bestekken en de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen (UAV-GC 2025) aanpassen met de milieuprestatie-eisen voor materialen. PIANOo heeft een vernieuwde handreiking (2024) opgesteld die publieke opdrachtgevers helpt met inkopen met MKI. MKI als gunningscriterium is onderdeel van deze handreiking.

Wie doet wat?

Deze wijziging heeft invloed op de werkzaamheden van een groot aantal medewerkers van opdrachtgevers. Inkopers en andere betrokkenen bij GWW aanbestedingen zullen zich moeten verdiepen in de werkwijze ten aanzien van aanbesteden met MKI. Maar het is ook van invloed op werkvoorbereiders en assetmanagers omdat zij mogelijk met andere materialen geconfronteerd worden. Daarnaast krijgen directievoerders en toezichthouders te maken met andere zaken in de uitvoering.

Minimale milieuprestatie-eisen aan asfalt, beton en staal

De MKI-plafondwaarden voor de wettelijke verplichting zijn nog in ontwikkeling. Nu kun je bij aanbestedingen al gebruikmaken van de productbladen van BouwCirculair of de plafondwaarden van Nationaal Platform Duurzame Wegverharding (zie ook Kennisbank - NPDW). Deze bevatten minimale eisen op het gebied van CO2 en andere milieueffecten, uitgedrukt in  een MKI-plafondwaarde en de mate van circulariteit per product. Deze eisen kun je direct in je eigen aanbestedingen opnemen. De eisen zijn een aanvulling op de Standaard RAW Bepalingen. De productbladen zijn beschikbaar voor verschillende materialen zoals banden, tegels en staal, en zijn gratis te downloaden via de website van Moederbestek.

Een eerste stap om te gaan werken met MKI bij aanbestedingen is bijvoorbeeld het starten met MKI-eisen op één materiaal of productgroep, zoals beton, asfalt of damwanden. Zo bouw je ervaring op en houd je de regie in handen.

MKI als gunningscriterium

In aanbestedingen kan de MKI-waarde van een project (optelsom van de MKI-waarde van alle materialen maal de hoeveelheden) worden ingezet als kwalitatief subgunningscriterium naast prijs en mogelijk nog andere kwalitatieve gunningscriteria.  Om duurzaamheid daadwerkelijk te stimuleren, wordt er in veel gevallen gewerkt met een fictieve korting op de inschrijfprijs. Dit betekent dat een lage MKI-waarde wordt beloond met een (fictieve) verlaging van de inschrijfprijs bij de beoordeling van de aanbiedingen. Hierdoor kan een aanbieder met een iets duurdere maar veel duurzamere oplossing tóch gunstiger uitkomen dan een goedkopere, minder duurzame inschrijving.

Tips voor inkopers

Houd het eenvoudig en transparant: begin met een goed onderbouwde referentie-MKI op basis van je uitvraag, waarbij je nog geen verduurzamingsmaatregelen in materialen of materieel hebt doorgevoerd. Koppel op een duidelijke manier een fictieve korting aan het verlagen van de milieukosten door inschrijvers.

Voorbeeld:

"Elke €1.000 lagere MKI-waarde t.o.v. de referentie levert €10.000 fictieve korting op de inschrijfprijs op, met een maximum van 80% van de inschrijfprijs."

Veel inkopers vinden MKI ingewikkeld door de technische achtergronden (zoals LCA’s en milieudata). Maar je hoeft niet alles zelf uit te rekenen om MKI effectief toe te passen. Huur een expert of adviseur in om een eerste keer met een nulmeting of Dubocalc-berekening de milieu-impact te bepalen. 

Zorg voor transparantie in de beoordelingssystematiek. Beschrijf duidelijk in het aanbestedingsdocument:

  • Wat de referentie is.
  • Hoe de MKI-waarde moet worden aangeleverd (bijvoorbeeld onderbouwd door een onafhankelijke erkende LCA-deskundige).
  • Hoe de korting wordt toegepast.

Maak gebruik van het MKI-ondersteuningspunt zodra dit is opgericht. Zo kan er bespaard worden op de tijd die nodig is om MKI-eisen toe te passen en wordt geborgd dat opdrachtgevers deze op een uniforme wijze uitvragen. 

De genoemde handreiking van PIANOo bevat ook een stappenplan voor de monitoring van de gerealiseerde MKI.

Aandachtspunt

De meeste duurzaamheidswinst wordt vaak al geboekt vóór de aanbestedingsfase. Door bijvoorbeeld te besluiten om een weg te versmallen en meer groen aan te leggen, zijn minder grondstoffen en materialen nodig. Daarnaast is het goed om te kijken naar welke grondstoffen en materialen je kunt hergebruiken, en hoe dichtbij je die kunt halen. Er zijn ook instrumenten om dit soort scenario’s intern af te wegen.

5. Praktijkervaringen