Terug naar de inhoudsopgave van het Doeboek Duurzame Infra
1. Wat bedoelen we hiermee?
Nederland telt zo’n vier miljoen lichtmasten die gemiddeld veertig jaar mee gaan. Hierna wordt een mast vaak vervangen voor een nieuwe, zonder dat er wordt gekeken naar de staat van het materiaal. Terwijl een groot deel van de masten na een opknapbeurt ‘gewoon’ weer kan worden hergebruikt wanneer de levensduur erop zit.
Zowel stalen als aluminium masten kunnen worden opgeknapt, ofwel gereconditioneerd. Dit kun je zelf (laten doen), of je kunt ervoor kiezen om gereconditioneerde lichtmasten aan te schaffen via bijvoorbeeld de Mastenbank. Dit is een partij die het herstelproces van lichtmasten kwalitatief inricht en toetst. Ook fungeert de Mastenbank als landelijke marktplaats waar je oude masten kunt aanbieden en afnemen.
2. Waarom deze maatregel?
Het is duurzamer om een gebruikte lichtmast een nieuw leven te geven dan om een nieuwe lichtmast aan te schaffen. Door gebruik te maken van bestaande materialen zorg je ervoor dat er minder nieuwe materialen nodig zijn. Daarnaast zijn er grondstoffen nodig om die materialen voor een nieuwe lichtmast te maken, die ook nog eens getransporteerd en omgesmolten moeten worden. Hierbij komt veel CO2 vrij. Dit kan vermeden worden door masten te hergebruiken. Zo houden we bestaande materialen in de kringloop en onttrekken we geen nieuwe materialen aan de aarde, zoals staal of aluminium.
3. Regelgeving
Zowel nieuwe als hergebruikte lichtmasten moeten voldoen aan de NEN-EN 40, de productnorm voor lichtmasten. Een lichtmast zonder grote beschadigingen of constructieproblemen kan worden opgeknapt om weer te voldoen aan de NEN-EN 40 en opnieuw het CE-keurmerk te krijgen. Of de mast voldoet aan de NEN-EN 40 moet zorgvuldig worden getoetst. Blijven de masten in eigendom van de gemeente? Dan is deze verplichting niet aan de orde.
4. Wie moet wat doen?
Lichtmasten hergebruiken begint bij een andere manier van denken: je moet als organisatie besluiten om - in principe – niet meer standaard nieuwe lichtmasten te kopen als het einde van de levensduur van de masten nadert. Wordt er een nieuw gebied ontwikkeld, of worden er nieuwe straten aangelegd? Dan moeten er masten bij komen. Kies dan zoveel mogelijk voor tweedehands masten die zijn opgeknapt.
Deze manier van denken moet worden verankerd in beleid en beheer, zodat duurzaam en circulair werken onderdeel wordt van de organisatie. Het is aan de beleidsmedewerker of -adviseur om beleid zo aan te passen dat het verlenging van de levensduur van materialen en hergebruik ondersteunt. Het beleid dient te sturen op levensduurverlenging, circulair werken, en hergebruik van materialen.
De assetmanager kan de levensduur van lichtmasten in de openbare ruimte verlengen door ze te (laten) monitoren en te laten staan zolang dit veilig is. Verouderde masten kunnen gerenoveerd of vervangen worden. Een hergebruikte mast kan wat gebruikssporen hebben. Daar is niets mis mee, maar dit kan in strijd zijn met door de gemeente opgestelde regels of richtlijnen die voorschrijven hoe een lichtmast er in de publieke ruimte uit moet zien. Dit vraagt om een andere manier van denken, en om het kunnen loslaten van deze regels of richtlijnen als dit circulariteit bevordert.
Om lichtmasten te (laten) reconditioneren, moet de inkoper het inkoopproces op een andere manier inrichten: in plaats van een product (een nieuwe of herstelde mast) koopt hij of zij een dienst in.
Voordat de masten uit de grond worden gehaald, moeten ze door de aannemer worden getoetst op kwaliteit. Ook moet er worden onderzocht waar herstel moet plaatsvinden. Hierna haalt de aannemer de lichtmasten uit de grond en brengt ze naar de leverancier. Daar worden ze schoongemaakt, geïnspecteerd en gecontroleerd, indien nodig gerepareerd, en voorzien van een nieuwe coating, nieuw grondstuk en maaiveldbescherming. Tot slot plaatst de aannemer de herstelde masten terug.
Je kunt de lichtmasten ook in eigen beheer houden door de lichtmasten in kleine partijen per straat te oogsten, toetsen, op te knappen en terug te plaatsen. Dit proces moet worden aangestuurd door een projectleider. Ook moet er door de werfbeheerder ruimte worden vrijgemaakt op de materialenwerf, zodat de lichtmasten die per straat vrijkomen tijdelijk kunnen worden opgeslagen. Wanneer er voldoende masten zijn (circa honderd), kun je deze transporteren naar de herstellocatie.
Schakel je als gemeente een extern projectteam of adviesbureau in? Weeg dan van tevoren af of je deze expertise in huis wilt halen, of dat je de taken liever blijft uitbesteden. Je kunt met de externe partij goede afspraken maken over het borgen van opgedane kennis op het gebied van logistiek, operatie en technologie binnen de organisatie. Doe je dit niet, dan kan de kennis verloren gaan zodra het externe project wordt afgerond.
5. Praktijkervaringen
In 2019 haalde Assen samen met adviesbureau Montad en diverse lichtmastfabrikanten vijfenzeventig stalen en aluminium lichtmasten uit de grond. Hier werden de eerste circulaire lichtmasten van Nederland teruggeplaatst en daarmee was het pilotproject ‘Circulair Verlicht’ geboren.
De gemeente Assen haalde in 2019 samen met adviesbureau Montad en diverse lichtmastfabrikanten, waaronder Valmont en Nedal Aluminium vijfenzeventig stalen en aluminium masten uit de grond. De lichtmasten werden geïnspecteerd, schoongemaakt, waar nodig opgeknapt en in de grond geplaatst. Met als doel om ‘afgeschreven lichtmasten’ zodanig te herstellen dat ze opnieuw gebruikt kunnen worden, met de juiste certificeringen en met een vergelijkbare levensduur als nieuwe masten.
Het experiment leverde positieve resultaten op, vertelt Bart-Jan Delhaas, beleidsadviseur bij de gemeente: “Vanuit een circulair en duurzaam oogpunt wilden we onderzoeken of masten kunnen worden hergebruikt, wat voor het overgrote deel van de masten goed bleek te kunnen.” De eerste circulaire lichtmasten van Nederland werden hier in Assen teruggeplaatst.
Dertig herstelde masten van Assen zijn overgenomen door de gemeente Tynaarlo. Het initiatief van de gemeente Assen heeft inmiddels geleid tot ‘spin-offs’, zoals het herstellen van masten voor verkeersregelinstallaties (VRI's), die normaliter na vijftien jaar worden vervangen.
De gemeente Amsterdam heeft via twee pilots praktijkervaring opgedaan met het reconditioneren en hergebruiken van stalen lichtmasten. Hierbij was het doel voornamelijk om het proces in kaart te brengen en om kennis op te doen. Hans van Bakel, betrokken bij de stichting en kenniscentrum Openbare Verlichting Nederland (OVLNL) en adviseur openbare verlichting bij de gemeente: “Je leert er ontzettend veel van. Zo kwamen we verflagen tegen op de lichtmasten waarvan we niet wisten dat ze er twintig of dertig jaar geleden op waren gesmeerd, omdat dit toen nog niet geregistreerd werd.”
Hans heeft al deze kennis gedocumenteerd zodat hij dit bij een toekomstige aanbesteding kan delen met de markt. “Op deze manier kunnen zij met ons meedenken.” Het plan van de gemeente is om in de toekomst met marktpartijen in gesprek te gaan over haar doelstelling. Hans: “We vragen eigenlijk: wat kunnen jullie ons leveren om dat doel te vervullen?” Op basis van de ideeën die hieruit voortvloeien, stelt de gemeente een Programma van Eisen op, dat uiteindelijk wordt uitgevraagd.
Hans adviseert andere gemeenten die ook een eerste stap willen zetten richting hergebruik van lichtmasten om eens te starten met een kleine pilot. “Het belangrijkste is om gewoon te beginnen. Bijvoorbeeld met vijf masten, om te zien wat er gebeurt en wat je kunt leren, zonder direct afgeschrikt te worden door de complexiteit van het proces.”
Het kan helpen om het hergebruik strategisch te onderbouwen. Hans: “Probeer te achterhalen welke waarden je in de openbare ruimte invult door middel van hergebruik. Denk aan CO2-reductie, circulair bezig zijn, levensduur verlengen en minder materiaalgebruik. Kijk hierbij niet alleen naar de snelle kostenvergelijking, maar naar het gehele proces. Want reconditioneren kan misschien duurder lijken, maar de business case kan alsnog rendabel worden als je door de nieuwe werkwijze andere processtappen uitspaart.”
Doetinchem verlengt de levensduur van lichtmasten op verschillende manieren. Het doel is om het maximale uit de levensduur van de lichtmasten te halen, en die aanpak loont. Hoewel de standaard is om masten na veertig jaar te vervangen, gaan de masten in Doetinchem gemiddeld zesenveertig jaar mee. Beheerder Koen Rexwinkel vertelt hoe ze dit realiseren: “Op de leeftijd dat de masten eigenlijk vervangen zouden moeten worden, laten wij een mastmeting uitvoeren. Dit geeft inzicht in de veiligheid en de constructie van de mast.” Na een meting ontvangt de gemeente een certificaat dat aantoont dat de mast nog drie jaar of zes jaar kan blijven staan. Daarna volgt een herkeuring.
Ook is er aandacht voor de lichtarmaturen bij oudere lichtmasten. Hoewel die standaard na twintig jaar worden vervangen, kunnen de behuizingen vaak nog twintig tot veertig jaar mee. Wanneer de behuizing nog in orde is, vervangt de gemeente het binnenwerk voor een LED-oplossing. Zo hoeft niet het hele armatuur te worden vervangen.
Wanneer masten moeten wijken, bijvoorbeeld door een nieuwe inrichting van een gebied, worden de nog bruikbare masten hergebruikt. De gemeente slaat deze masten op in hun eigen depot en ze kunnen elders de grond weer in.
Het hebben van gebiedskennis is van essentieel belang voor duurzaam beheer. Koen: “Je kunt schade voorkomen wanneer je kennis hebt over de grondsamenstelling, hondenroutes en veelvoorkomende aanrijroutes. Op bijvoorbeeld plekken waar masten geregeld worden aangereden, kun je ervoor kiezen om de masten te verplaatsen. Twee meter naar achteren, tussen bomen, om toekomstige schade te vermijden.”
Rotterdam werkt toe naar een standaardwerkwijze om lichtmasten te laten reconditioneren en hergebruiken. De gemeente werkt aan het opzetten van een logistiek proces waarbij de masten die uit de stad komen, worden opgeslagen, opgespaard en in bulk worden afgevoerd naar de fabrikant. De fabrikant zal vervolgens bepalen of de masten nog goed genoeg zijn om na behandeling weer te worden hergebruikt, of dat ze moeten worden afgevoerd als oud metaal.
Hierbij wordt onderzocht hoe moet worden omgegaan met potentieel aanwezige schadelijke stoffen, zoals chroom-6. Peter Wijnands, projectmanager onderhoud bij de gemeente Rotterdam: “Een aanzienlijk aantal lichtmasten is in het verleden bijvoorbeeld geverfd met chroom-6-houdende verf. Deze lichtmasten vereisen speciale behandeling, omdat het vanaf de buitenkant niet zichtbaar is of de stof aanwezig is.”
Een mastfabrikant heeft een methode ontwikkeld om de laklaag veilig te verwijderen en gevaarlijke stoffen af te vangen. Dit gebeurt met fijn zand dat op het materiaal wordt gestraald. Deze verwerkingsmethode kan betekenen dat het voor de gemeente aantrekkelijker wordt om de masten af te voeren naar de fabrikant. Peter: “Voorheen moesten we voor elke mast een laboratoriumonderzoek laten uitvoeren om de aanwezigheid van de stof vast te stellen. Die onderzoeken zijn kostbaar. Maar omdat de fabrikant verklaart de masten op een veilige manier te verwerken, kan het zo zijn dat deze onderzoeken niet meer noodzakelijk zijn. Dat zijn we nu aan het uitzoeken.”
De gemeente Noordenveld heeft eenentwintig lichtmasten geplaatst bij een nieuwe milieustraat: het Grondstoffencentrum in Roden. Sjoerd Huisman, beheerder openbare verlichting, vertelt: “Het grondstoffencentrum is volledig circulair gebouwd. De hergebruikte lichtmasten passen hier dan ook goed bij.” De masten zijn afkomstig van de gemeente Heerenveen, gereconditioneerd door de leverancier en vervolgens in vrijwel nieuwe staat in Noordenveld geplaatst. Klaar om opnieuw dertig tot veertig jaar mee te gaan.
De ervaring heeft geleid tot diverse inzichten. Sjoerd: “Als technisch beheerder is mijn hoogste prioriteit om een product toe te passen dat veilig is en jarenlang goed te beheren. Met een gereconditioneerde lichtmast is dat zeker mogelijk; dat vertrouwen heb ik dankzij dit proces gekregen.” Wel is cruciaal gebleken dat het logistieke proces zo efficiënt mogelijk wordt ingericht, vertelt hij. “Lichtmasten die je uit de grond wilt laten halen, laat je het liefst in één keer door een vrachtwagen ophalen. Dit bespaart kosten. Maar die masten moeten ergens tijdelijk worden opgeslagen, en vaak is het een uitdaging om hiervoor een geschikte locatie te vinden.”
“Denk daarom als projectleider van tevoren alvast goed na over een opslaglocatie en leg dit vast, bijvoorbeeld in een stappenplan”, is zijn advies. “Voer daarnaast het gesprek over de logistiek en opslag met de partij die de opdracht uitvoert. Laat hen meedenken of met een voorstel komen.”
6. Veelgestelde vragen
Hoe wordt de kwaliteit van herstelde masten gegarandeerd?
De levensduurverwachting van een herstelde mast is even lang als de verwachting van een nieuwe mast (vijfentwintig jaar conform de NEN-EN 40). Conform Europese regelgeving moeten herstelde masten worden getoetst aan de NEN-EN 40 om een CE-keurmerk af te kunnen geven. Daarnaast geeft de Mastenbank voor elke herstelde mast acht jaar garantie af.
Wat is financieel voordeliger? Nieuwe lichtmasten aanschaffen, of hergebruik?
Het herstellen van gebruikte lichtmasten is vaak voordeliger dan de aanschaf van nieuwe.