Terug naar de inhoudsopgave van het Doeboek Duurzame Infra
1. Wat bedoelen we hiermee?
Hout krijgt opnieuw veel aandacht in de bouwsector. Dat komt doordat de eigenschappen van hout en houten constructies goed aansluiten op de uitdagingen van vandaag. Hout helpt bij het behalen van klimaatdoelstellingen, vermindert de milieubelasting van bouwwerken en biedt een oplossing voor de verwachte schaarste aan grondstoffen. Daarmee levert hout een belangrijke bijdrage aan de ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. In Noorwegen worden niet alleen fiets- en voetgangersbruggen, maar ook gewone verkeersbruggen van hout gemaakt. Het kan!
Hout is een natuurlijk materiaal dat mensen aanspreekt. Het is ruim voorhanden, kan duurzaam worden gewonnen en is aan het einde van de levensduur herbruikbaar, recyclebaar of biologisch afbreekbaar. Dankzij deze eigenschappen past hout goed binnen duurzame en circulaire bouwprincipes.
2. Waarom deze maatregel?
De maatregel is bedoeld om minder niet-hernieuwbare grondstoffen uit de natuur te halen en om de uitstoot te verminderen.
De maatregel leidt tot:
Minder gebruik van primaire grondstoffen met hoge milieu-impact
Lagere MKI-scores (Milieukostenindicator)
Voorbereiding op toekomstige schaarste van grondstoffen
Daarnaast sluit de maatregel aan bij de bredere duurzaamheidsdoelen van het Klimaatakkoord en de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) om grondstoffen efficiënter te benutten binnen de circulaire economie.
3. Regelgeving
Duurzaam inkopen
Om duurzaam in te kopen zijn bestekteksten beschikbaar, onder andere in RAW-format. Deze zijn te vinden op moederbestek.nl.
PEFC en FSC
Duurzaam bosbeheer gaat verder dan het herplanten van bomen. Het draait om het zodanig beheren van bossen dat economische, ecologische en sociale waarden behouden blijven – nu en in de toekomst. Dit betekent bescherming van biodiversiteit, langdurige CO2-opslag, respect voor de rechten en het welzijn van lokale gemeenschappen, én een verantwoorde bedrijfsvoering. Inkomsten uit de verkoop van gecertificeerd hout zijn daarbij essentieel. Wereldwijd worden inmiddels honderden miljoenen hectare bos duurzaam beheerd, ook in tropische gebieden. De betrouwbaarheid van dit beheer wordt gewaarborgd via internationale keurmerken zoals FSC (Forest Stewardship Council) en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification). Beide organisaties certificeren zowel het bosbeheer als de handelsketen.
Losmaakbaarheid
Om hout en andere materialen in de toekomst te kunnen hergebruiken of recyclen, moeten constructies eenvoudig demontabel zijn. Losmaakbaarheid is daarom een belangrijke voorwaarde voor circulair bouwen. In de GWW-sector zijn houtconstructies hier een goed voorbeeld van, dankzij het veelvuldig gebruik van bout- en moerverbindingen.
Duurzame detaillering en onderhoud
Een lange levensduur van hout begint bij een doordachte detaillering, degelijke uitvoering en goed onderhoud. Dit gebeurt volgens de richtlijnen uit CROW-CUR Rapport 213:2022 Handboek Hout in de grond-, weg- en waterbouw.
4. Wie moet wat doen?
Meerdere gemeentelijke rollen zijn betrokken:
De opdrachtgever of wegbeheerder bepaalt de duurzame ambitie en de levensduur van de brug.
De bestekschrijver en inkoper borgen de certificering, de bestekeisen en de eisen die worden gesteld aan losmaakbaarheid en vervangbaarheid.
De ontwerper, werkvoorbereider en projectleider zien toe op toepassing van het CROW-CUR 213-Handboek en correcte detaillering.
De aannemer voert duurzaam uit en documenteert de gebruikte materialen voor hergebruik.
5. Praktijkervaringen
Een bijzondere circulaire brug verbindt in Zwolle sinds september 2025 het station met het gebied ten zuiden van het spoor. De 130 meter lange en 10 meter brede meanderende voetgangersbrug of passerelle is een ‘opgetilde straat’, die de stad dichter bij de voorheen lastig bereikbare buurt aan de zuidkant brengt. Daar komt zo meer ruimte voor andere activiteiten dan bedrijvigheid, zoals wonen. In circulair opzicht is de passerelle bijzonder, omdat de constructie vrijwel geheel van hout is. Slechts de staanders zijn van staal. De levensduur is evengoed 100 jaar, onderhoudsvrij.
“We hebben de brug gebouwd van duurzaam beheerd Duits hout”, zegt Han Goodijk, senior ontwerper stedenbouw en landschap bij de gemeente Zwolle. “Dat slaat CO2 op, en in de tijd dat deze brug er staat, kan het twee keer teruggroeien. Het scheelt 70% in CO2-uitstoot vergeleken met een traditionele brug.” Niet alleen het hout is Duits; het ontwerp bleek zo nieuw en bijzonder dat er ook voor de regelgeving bij de oosterburen werd gekeken. Om de passerelle duurzaam en onderhoudsvrij te maken, was bij de detaillering het minimaliseren van weersinvloeden van groot belang. De houten dragers aan de onderkant wijken naar binnen, zodat er geen regenwater aan blijft hangen en er nooit langdurig zonlicht op staat. Er is ook genoeg ventilatie tussen hout en staanders.
De waterafvoer op ‘straatniveau’, ofwel het brugdek, is goed geregeld. De inrichting is flexibel, zodat de ruimte bovenop eenvoudig kan worden aangepast, bijvoorbeeld door het verplaatsen van de (insectvriendelijke) beplanting of zitplekken. De passerelle is zo gemaakt dat onderdelen kunnen worden vervangen. “Maar ik denk dat het vanwege de kwaliteit en het ontwerp van de constructie niet nodig zal zijn”, zegt Goodijk. “Omdat we over het spoor gaan, heb je bovendien met Prorail en de treinenloop te maken. Dus dat is een extra reden om er aan de onderkant zo weinig mogelijk aan te willen sleutelen.”
Op het Zwolse bedrijventerrein Hessenpoort ligt sinds 2021 een duurzame brug, die deels is uitgevoerd in hout, waar anders beton zou zijn gebruikt. Liggers van Europees zachthout dragen een dun betonnen dek. De constructie is zó gedetailleerd dat weinig onderhoud nodig is en de brug 50 jaar meekan. “Dit was voor ons een experiment. Onze beheerders waren er eerst een beetje nerveus over, want zij dachten aan traditionele houten bruggen die snel gaan rotten”, zegt projectleider Hans Kollenstaart. “Maar daar ligt het hout aan de oppervlakte, en de liggers van deze brug zitten onder het dek en zijn wat naar binnen gezet. Er komt dus veel minder regenwater bij. Daarnaast is er genoeg ventilatie onder het brugdek.”
Ook het voor de brug gebruikte beton is deels circulair. Er zit hergebruikt granulaat in. Het experiment is geslaagd, aldus Kollenstaart: “De brug ligt er na een paar jaar nog prima bij, en ik denk dat de levensduur gewoon wordt gehaald. We hebben durf getoond door het op deze manier te doen, want het is zeker nog geen gemeengoed. Maar circulariteit wordt wel steeds belangrijker. Als gemeente werken we eraan om landelijke ambities lokaal toe te passen. We gaan vaker zo bouwen.” Dat zal dan ook nog eens gebeuren met meer onderdelen die losmaakbaar en daardoor makkelijk vervangbaar zijn. Bij de brug in Hessenpoort is dat nog niet het geval. “Zo ver was de techniek destijds nog niet. Nu wel. Het ontwikkelt zich allemaal snel”, zegt Kollenstaart.
De Pieter Smitbrug, die de kern van Winschoten voor fietsers en voetgangers verbindt met Blauwestad, is niet zomaar een duurzame brug. De circa 800 meter lange oeververbinding (waarvan ongeveer 560 meter brug) overspant het Winschoterdiep, de snelweg A7, een natuurzone en het Oldambtmeer. Voor de scheepvaart op het Winschoterdiep heeft de verbinding een bewegend deel. De beide opgangen zijn uitgevoerd in een flauwe helling en halverwege de brug zit een trap. De brug sluit aan op omringende wegen en is ook nog eens een heuse blikvanger. De brug is grotendeels van hout en berekend op een levensduur van 80 jaar, zonder veel onderhoud.
De provincie Groningen was de opdrachtgever en verantwoordelijk voor de realisatie. De gemeente Oldambt was vanaf het eerste begin betrokken bij de besluitvorming en elk detail van de brug. Na de bouw is het eigendom van de brug direct overgedragen aan de gemeente. In de aanloop van het project was er wel wat scepsis over de levensduur van een houten brug van die afmetingen, maar die is inmiddels omgeslagen in trots; hout bleek een haalbare keuze binnen het niet al te ruime budget, het is duurzaam, én het paste bij de wens voor een beeldbepalend ontwerp dat als icoon fungeert voor wie vanuit Duitsland of de stad Groningen de gemeente binnenrijdt.
Peter Baardolf, projectleider bij de gemeente Oldambt, schetst hoe de totstandkoming van de markante brug een combinatie was van ambitie en technisch puzzelwerk. “De brug rust grotendeels op houten X-vormige steunen, die op betonnen sloven staan. Die steunen dragen de houten segmenten, waarop het houten brugdek ligt. Dat is gesloten aangelegd en fungeert als een paraplu, waardoor de draagconstructie zo goed als droog blijft en een lange verwachte levensduur heeft. Het brugdek moet eens in de 25 jaar worden vervangen.” Alleen boven de A7 en voor de beweegbare brug is gekozen voor een stalen hoofdconstructie: Rijkswaterstaat stond geen middenpijler toe, en wil liever geen onderhoud waarvoor het verkeer moet worden stilgelegd, waardoor één grote, onderhoudsarme overspanning van staal noodzakelijk werd.
Beleidsmedewerker Koos Smid van de gemeente vertelt dat hout niet per definitie duurzaam is, maar dat er in dit geval alles aan gedaan is om het duurzaam te maken. “Als je het hout van dat brugdek bijvoorbeeld met een synthetisch goedje behandelt om te zorgen dat het niet glad wordt, maak je er eigenlijk meteen chemisch afval van. Daarom hebben we heel bewust gekozen voor anti-slipstrips die in uitgefreesde geulen worden geschroefd. Dat vergroot de kans op problemen met water iets, maar het hout is in elk geval herbruikbaar.” Ook de keuze voor relatief eenvoudig vervangbare onderdelen kwam voort uit overleg tussen techniek en beheer.
De Pieter Smitbrug werd in de coronatijd gebouwd. Ondanks de geldende beperkingen zijn bewoners in de omgeving intensief betrokken bij keuzes over het tracé, de steilheid van de hellingen en de inpassing in het bestaande wegennet. Dat leidde tot een route met een opvallende boog, die zowel logisch aansluit op de omliggende infrastructuur als een mooi uitzicht biedt. “We denken vaak rechtlijnig, maar die boog maakte het ontwerp beter én gebruiksvriendelijker,” aldus Baardolf. De verbinding is nu de belangrijkste schakel tussen Blauwestad en het centrum van Winschoten, waar scholen, horeca en winkels zich bevinden. Sinds de opening in 2021 wordt de brug zeer veel gebruikt. “Vanaf dag één werd er massaal overheen gelopen en gefietst”, zegt Smid.
De Meerlobrug in IJsselstein is een ‘ouwetje’ als het gaat om grote, grotendeels houten bruggen. Deze 130 meter lange fietsersoversteek over de Hollandse IJssel, onder Utrecht Leidsche Rijn, ligt er sinds 2006, en heeft - na wat aanpassingen - laten zien dat de geplande levensduur van 60 jaar waarschijnlijk wel wordt gehaald. Jim van Roest van Staatsbosbeheer, namens eigenaar Recreatieschap Stichtse Groenlanden technisch beheerder, vertelt dat al snel werd vastgesteld dat de verlijmde houten langsliggers te veel onder de elementen leden. “Daarom kreeg de brug een ‘rok’ van cederhout met dampwerend doek, die de langsliggers beschermt. Daar is recent overigens twee keer een schip tegenaan gevaren, maar de planken zijn gelukkig makkelijk te vervangen. Het werkte ook als een hoogtewaarschuwing, waardoor de brug zelf niet werd geraakt.”
Ook de opleggingen waarmee de brug op de oevers steunt, waren oorspronkelijk van hardhout. Die zijn wegens gebleken kwetsbaarheid voor vocht en licht inmiddels vervangen door stalen exemplaren. “En nu kijken we of de houten brugleuning gaan repareren of dat die misschien toch vervangen moet worden door een leuning van ander materiaal.” Maar verder ligt de druk gebruikte Meerlobrug er volgens Van Roest goed bij. “Het houten brugdek is voorzien van kunsthars en goed geventileerd. We inspecteren de brug geregeld, en daarbij doen we standaard ook vochtmetingen op alle plekken waar rotting zou kunnen ontstaan. Ik denk dat we na zo’n twintig jaar wel kunnen zeggen dat een grotendeels houten brug op deze plek werkt.”
6. Veelgestelde vragen
Is hout wel geschikt voor brugconstructies met een lange levensduur? Hoe lang gaat een houten brug mee?
Ja. Moderne houten bruggen kunnen 50 - 100 jaar meegaan, mits ze goed zijn gedetailleerd en gebouwd en goed worden onderhouden. Slimme detaillering – zoals hout droog houden, voldoende ventileren en bescherming tegen (UV-)licht – is doorslaggevend. Het CROW‑CUR Handboek Hout in de GWW biedt hiervoor technische richtlijnen.
Hoe duurzaam is hout écht? Is het beter voor het klimaat dan staal of beton?
Hout draagt bij aan klimaatdoelstellingen doordat het CO₂ opslaat, hernieuwbaar is en een lagere milieubelasting heeft. Hou groeit bovendien terug, tot wel twee keer gedurende de levensduur van een brug. Het gebruik van hout verlaagt MKI-scores en vermindert de vraag naar niet-hernieuwbare grondstoffen. FSC- en PEFC-certificering waarborgen duurzaam bosbeheer.
Zijn er risico’s op rot, gladheid of onderhoudsproblemen bij houten bruggen?
Deze risico’s zijn grotendeels beheersbaar door goede detaillering: hout droog houden, ventileren en beschermen tegen directe weersinvloeden. Anti-slipstrips in plaats van chemische coatings voorkomen gladheid en maken het hout herbruikbaar. Regelmatige inspecties, vooral vochtmetingen, zijn effectief en zorgen voor onderhoudsarme constructies. Boven drukke verkeersaders of spoorbanen is weinig onderhoud aan de dragende constructie een vereiste, en kan de toepassing van staal of beton noodzakelijk zijn.
Welke regels, certificaten en richtlijnen gelden bij het toepassen van duurzaam hout?
Lokale overheden moeten rekening houden met de richtlijnen voor duurzaam inkopen en op duurzaamheid gerichte bestekteksten (o.a. houtindegww.nl, moederbestek.nl). FSC en PEFC certificeren bosbeheer en ketenbeheer. Het CROW‑CUR 213:2022 Handboek Hout in de GWW geeft de juiste richtlijnen voor detaillering, losmaakbaarheid en onderhoud.