1. Wat bedoelen we hiermee?
IFD-bouwen is een manier van bouwen waarbij je een aanpasbare constructie maakt die bestaat uit gestandaardiseerde, aanpasbare en herbruikbare onderdelen. Door civiele kunstwerken (zoals bruggen) op deze manier te bouwen, kun je ze circulair, slimmer en makkelijker ontwerpen, sneller bouwen, aanpassen en beheren.
Het werkt ongeveer hetzelfde als Lego: je standaardiseert een aantal basisonderdelen. Die onderdelen kun je voor ieder kunstwerk gebruiken en combineren. Zo kun je onderdelen hergebruiken en hierdoor hoef je niet iedere brug vanaf nul te ontwerpen. De basis heb je al. Tegelijkertijd is er ruimte in de vormgeving en detaillering om ieder ontwerp uniek te maken.
Heeft een onderdeel het eind van zijn levensduur bereikt? Dan hoef je niet de volledige constructie te vervangen. In plaats daarvan vervang je het door een nieuw onderdeel. Zo gaat een constructie langer mee en is een ontwerp makkelijk aanpasbaar. Dat is handig als er bijvoorbeeld iets verandert in de openbare ruimte. Stel: een weg moet worden verbreed of er is een extra fietspad nodig. Dan kun je makkelijk modules toevoegen en zo de constructie aanpassen. Ook als een constructie niet meer voldoet aan de eisen op de huidige locatie, kun je deze eenvoudig demonteren en elders toepassen, in zijn geheel of in delen.
Je kunt zowel vaste als beweegbare bruggen industrieel, flexibel en demontabel bouwen.
Meer weten? Bekijk deze video op YouTube van de provincie Noord-Holland.
2. Waarom deze maatregel?
De komende jaren moeten veel bruggen, viaducten en andere kunstwerken in Nederland gerenoveerd of vervangen worden. Door industrieel, flexibel en demontabel te bouwen doe je dit op een circulaire en efficiënte manier. Zo bespaar je grondstoffen en materialen omdat je onderdelen kunt hergebruiken en constructies eenvoudig kunt aanpassen en repareren als dat nodig is.
3. Regelgeving
De Nederlands Technische Afspraken (NTA) 8085 en 8086 van NEN bieden een goede basis voor het aanbesteden en bouwen van vaste en beweegbare bruggen. De NTA 8089+A1 geeft richtlijnen om de principes van IFD toe te passen bij de bediening, besturing, bewaking en elektrische uitrusting van beweegbare bruggen, door te voorzien in uniforme uitgangspunten voor ontwerp en realisatie. Deze zijn bij NEN vrij te downloaden.
4. Wie moet wat doen?
Industrieel, flexibel en demontabel bouwen gaat uit van een andere ontwerpfilosofie dan hoe er tot nu toe is gebouwd. Dit vraagt om een andere houding en werkwijze.
De assetmanager of beheerder brengt het areaal, de conditie, restlevensduur en vervangingsmomenten in kaart. Hij of zij koppelt inspecties en herbruikbaarheid aan onderhouds- en vervangingsplannen, zodat onderdelen tijdig geoogst en hergebruikt kunnen worden. Hierbij denkt zij/hij vanuit behoud en hergebruik van onderdelen en standaardisatie in plaats van automatisch vervangen door nieuw. Komt er een vervangingsklus aan? Dan is het aan de assetmanager of beheerder om een voorkeur uit te spreken voor IFD.
De projectleider moet ervoor zorgen dat IFD vanaf de verkennende fase al onderdeel is van het project. Ook brengt hij of zij vroegtijdig de juiste mensen aan tafel. Denk aan een ingenieur, een ontwerper, een aannemer, enzovoorts. Hij bewaakt gedurende het project dat ontwerp, planning, budget en hergebruik op elkaar aansluiten.
Het is belangrijk dat er een bestuurder is binnen de organisatie die IFD-bouwen omarmt. Hij of zij kan als ambassadeur optreden, de voordelen over het voetlicht brengen en het onderwerp binnen de organisatie agenderen. Het is belangrijk dat hij of zij ruimte, tijd en mandaat geeft om op deze manier te werken, ook als dat afwijkt van de gebruikelijke werkwijze.
Stuur bij opdrachten niet alleen op de laagste prijs, maar ook op circulariteit, aanpasbaarheid en leren in de praktijk. Accepteer dat deze omslag vroegtijdige keuzes en extra voorbereiding vraagt, zoals aanvullend rekenwerk of extra fysieke testen. En geef die ruimte. De initiële kosten van een IFD-brug liggen namelijk vaak hoger dan de kosten van een traditioneel ontwerp. Dit komt omdat de markt nog beperkt is ingericht op standaardisatie en modulaire productie. Hierdoor vragen ontwerp en voorbereiding meer tijd. De winst zit in de levensduur: onderdelen kunnen worden hergebruikt, vervangen of elders ingezet. Dit leidt over decennia tot lagere totale kosten en bespaart grondstoffen. Ook daalt de prijs naarmate meer overheden IFD toepassen. Want: hoe groter de gezamenlijke vraag, des te meer marktpartijen kunnen investeren in standaardisatie en industriële productie. Daarmee is opschaling geen ambitie maar een voorwaarde.
Het ingenieursbureau of de ontwerper ontwerpt een kunstwerk volgens de principes van IFD: losmaakbare verbindingen, standaardmaten, vervangbare onderdelen en aanpasbare constructies. Het ontwerp is niet alleen veilig en functioneel, maar ook zo gemaakt dat onderdelen later eenvoudig kunnen worden gedemonteerd, vervangen en hergebruikt.
De beleidsadviseur zorgt ervoor dat IFD niet beperkt blijft tot enkele pilots. Hij of zij vertaalt geleerde lessen en ambities naar beleid en standaarden. Bij een nieuwe opdracht legt de bestekschrijver IFD vast in concrete eisen en specificaties. Denk aan eisen voor losmaakbaarheid, hergebruik, MKI en standaardisatie. Je kunt er ook voor kiezen om het ontwerp en de aanpak in een bouwteam uit te werken, samen met een aannemer, adviseurs of ontwerpers.
De beheerder zorgt ervoor dat informatie over materialen, afmetingen, staat, gebruikshistorie en risico’s goed wordt vastgelegd en terug te vinden is. Bijvoorbeeld in de vorm van een materialenpaspoort. Dit maakt het mogelijk om onderdelen later veilig te hergebruiken of gericht te vervangen.
5. Praktijkvoorbeelden
“Hier is industrieel, flexibel en demontabel (IFD) bouwen als het ware ‘geboren’”, vertelt Frans Noordberger, programmamanager Duurzame Infrastructuur bij de provincie Noord-Holland. “Het begon ongeveer elf jaar geleden met de ambitie om bruggen te bouwen met gestandaardiseerde onderdelen.”
Uit een ontwerpatelier dat de provincie organiseerde samen met diverse marktpartijen, zijn destijds de eerste standaarden geboren: de Nederlandse Technische Afspraken (NTA’s) voor industrieel, flexibel en demontabel bouwen in de infrastructuur van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN).
De provincie paste deze standaarden toe bij de vervanging van de beweegbare Cruquiusbrug en bij de vervanging van de vaste bruggen in de N240 bij Medemblik, een project dat momenteel in uitvoering is. Dit zijn leerprojecten. De komende jaren volgen onder meer de vervanging van de Stolperbasculebrug en de vaste bruggen in de N247. Inmiddels is IFD-bouwen ook verankerd in het provinciale bouwbeleid. Het is de standaard geworden voor alle nieuw te bouwen verkeersbruggen, tenzij er een gegronde reden is om hiervan af te wijken.
Bij de vervanging van de Cruquiusbrug koos de provincie voor een innovatieve aanpak, vertelt Tino van der Giesen, projectmanager bij de provincie. “We hebben het ontwerp in een bouwteam gemaakt, samen met de aannemer. Vooraf hadden we besloten om niet een heel ontwerp uit te werken. In plaats daarvan spraken we op hoofdlijnen af hoe de brug eruit moest zien.” Dit vroeg wel om extra uitleg richting stakeholders. Tino: “De gemeente, het waterschap en de welstandscommissie wilden graag meer details zien over hoe die brug eruit gaat komen te zien.”
Dit compliceerde het project enigszins. Tino: “Wij wilden juist ruimte geven aan de aannemer om met duurzame ideeën te komen zodat de brug zo duurzaam mogelijk wordt. Maar er blijft weinig ruimte over voor verbeteringen in het ontwerp als je van tevoren alles al uitwerkt en voorschrijft.” De oplossing? Tino vertelt dat meerdere gesprekken hebben gezorgd voor begrip en draagvlak.
“We zijn met de gemeente, welstandscommissie en waterschap om tafel gaan zitten en hebben hen meegenomen in het proces en de totstandkoming van het ontwerp samen met het bouwteam. Ook hebben we procesafspraken gemaakt. Zo hebben we afgesproken dat we op een later moment het ontwerp zouden toelichten, samen met de ontwerpende aannemer. Zo konden gemeente, waterschap en welstandscommissie input leveren op het ontwerp, vooruitlopend op de vergunningaanvragen.”
Wil je meer weten, of sparren over een soortgelijk vraagstuk binnen jouw organisatie? Neem contact op met Tino van der Giesen via giesens@Noord-Holland.nl.
In Nijkerk staat een nieuwe, circulaire fietsbrug die is gemaakt van hergebruikt staal en hout. Deze brug is modulair gebouwd en bestaat uit onderdelen van drie en negen meter lang. De onderdelen zijn met boutverbindingen aan elkaar gemonteerd. Dit maakt de brug toekomstbestendig. Zo kunnen onderdelen relatief eenvoudig worden vervangen, kan de brug worden verbreed of verlengd, of in zijn geheel op een andere plek worden hergebruikt.
Voor de ontwikkeling van de brug werkte de provincie Gelderland samen met studenten. Zo is de vormgeving van de brug ontworpen door studenten van de HAN University of Applied Sciences, die ook de constructieberekeningen hebben uitgevoerd. Studenten van het ROC Rivor Tiel hebben de brug onder begeleiding van een aannemer in elkaar gezet. Een aannemer heeft de benodigde fundering voor de brug gebouwd. Ook heeft de aannemer de brug geplaatst.
Wil je ook een bestaande brug vervangen door een modulaire brug? Een tip van Lars Brandt, specialist civiele kunstwerken bij provincie Gelderland: “Controleer of de bestaande fundering en brughoofden het gewicht van de nieuwe brug kunnen dragen. Zo vroeg mogelijk, het liefst al aan het begin van het ontwerpproces.”
Bij de fietsbrug in Nijkerk deed zich namelijk de volgende situatie voor: toen het ontwerp af was, bleken de landhoofden niet op de juiste plek te liggen voor de nieuwe brug. Ook was de modulaire brug zwaarder dan de houten brugconstructie die er eerst lag. Daarom zijn er nieuwe, cementloze betonnen landhoofden geplaatst. Deze zijn door de aannemer vooraf in de fabriek gemaakt en in één dag geplaatst. Lars: “Doordat dit zo snel kon, hoefden we het fietspad minder lang af te sluiten.” Daarnaast hebben deze prefab landhoofden nog een voordeel. Lars: “Ze kunnen worden verplaatst. Dat is handig als de brug in de toekomst bijvoorbeeld langer wordt gemaakt of naar een andere locatie gaat.”
Provincie Gelderland stelt het ontwerp van de modulaire fietsbrug en de bijbehorende technische tekeningen beschikbaar voor andere opdrachtgevers. Lars: “De brug is ontworpen vanuit de gedachte dat het ontwerp kan worden hergebruikt. We delen de bestanden dan ook graag.” Neem hiervoor contact op met provincie Gelderland via het vragenformulier op de website van de provincie.
Gemeente Almere heeft voor alle houten bruggen die aan vervanging toe zijn, een gestandaardiseerde bruggenfamilie ontwikkeld: één systeem met vaste onderdelen en verbindingen, in verschillende standaardmaten. Volgens de principes van industrieel, flexibel en demontabel bouwen (IFD). Zo kunnen dezelfde basiselementen in verschillende bruggen worden gebruikt, zoals liggers, leuningen en dekplanken. Edwin Velthuis, adviseur civiele kunstwerken bij de gemeente, legt uit hoe dat werkt: “We ontwerpen bruggen voortaan volgens vaste maatsprongen van 60 centimeter. Zo kan een brug bijvoorbeeld 2,00 meter breed zijn, maar ook 2,60 meter of 3,20 meter.”
De André Franquinbrug is een van de eerste bruggen waarop Almere het nieuwe modulaire brugontwerp heeft toegepast. De komende jaren wil de gemeente alle bestaande houten bruggen
vervangen door modulaire ontwerpen. Een voordeel van deze standaardisatie is dat onderhoud straks makkelijker, goedkoper en efficiënter wordt.
Edwin: “Doordat de bruggen vaste breedtematen en onderdelen krijgen, kunnen we makkelijker een voorraad onderdelen aanleggen. Raakt er bijvoorbeeld een dekplank beschadigd, dan hebben we sneller een passend onderdeel op voorraad.” De André Franquinbrug is ook nog eens zo ontworpen dat onderhoud en inspectie zoveel mogelijk vanaf land kunnen gebeuren: er staan bijvoorbeeld geen steunpunten meer in het water, waardoor inspecteurs en onderhoudsploegen niet meer met bootjes of pontons hoeven te werken.
Edwin ziet wel een uitdaging in het vasthouden aan de standaardisatie op de lange termijn. “Je wilt er als opdrachtgever voor zorgen dat iedereen volgens dezelfde maatvoering en uitgangspunten blijft werken. Ook als het contract met de huidige aannemer afloopt en de werkzaamheden opnieuw worden aanbesteed. Dat betekent dat we onze aanbesteding anders moeten opzetten. We vragen straks niet meer: ontwerp een brug. In plaats daarvan vragen we: pas dit standaardontwerp toe op deze locatie.”
Daarom wil Almere de kennis en keuzes achter het modulaire brugontwerp vastleggen in een handboek, met detailtekeningen en berekeningen. Zo kan de gemeente ook in de toekomst blijven sturen op dezelfde maatvoering en werkwijze.
Meer weten over de gestandaardiseerde bruggenfamilie van Almere? Neem contact op met Edwin Velthuis via ervelthuis@almere.nl.
6. Veelgestelde vragen
Gaan straks alle bruggen er hetzelfde uitzien als we alles IFD gaan bouwen?
Nee. De principes van IFD gaan over hoe je de onderdelen aan elkaar verbindt. Je standaardiseert onderdelen, aansluitingen en processen zodat bruggen sneller, meer circulair, makkelijker te demonteren en beter onderhoudbaar worden gebouwd. Daarmee heb je een uniforme basis met ruimte voor detaillering en vormgeving.
