1. Wat bedoelen we hiermee?
Materialen, onderdelen of objecten die vrijkomen bij rioleringswerkzaamheden, kunnen vaak opnieuw worden hergebruikt, eventueel refurbished. Denk aan rioolbuizen, kolken en pompen. In plaats van alles nieuw te kopen, kun je deze objecten (laten) inspecteren, keuren en verbeteren. Kunnen ze nog een ronde mee? Dan kun je ze opnieuw een bestemming geven in de riolering.
2. Waarom deze maatregel?
Het is zonde om iets weg te gooien dat nog goed is. Door objecten te hergebruiken waar dit kan, bespaar je materialen. Zo hoeft er niets nieuws geproduceerd en vervoerd te worden.
3. Regelgeving
Er is over dit onderwerp geen specifieke regelgeving.
4. Wie moet wat doen?
In je databeheersysteem kun je zien wat er in een straat aan objecten ligt. Hierin kun je ook de mogelijke toestanden van de objecten zien. Is dat niet het geval? Dan volgt een inspectie waarna de toestand in te schatten is. Dit kun je laten doen door een inspectiebedrijf dat gespecialiseerd is in het inspecteren van buizen. Wanneer een object vrijkomt, kun je het object (laten) testen op kwaliteitseisen. Zoals bijvoorbeeld een drukproef bij een betonnen buis.
De assetmanager bepaalt welk object vervangen wordt. Vervolgens bepalen de assetmanager en adviseur water en riolering samen welke buizen hergebruikt kunnen worden. In sommige gemeenten is dit dezelfde persoon, in andere gemeenten zijn dit verschillende functies.
Meer weten over hoe je stap voor stap objecten oogst, keurt en terugplaatst? Lees paragraaf 6.3 Demonteren voor hergebruik in het Doeboek.
Objecten als putdeksels en putranden die vrijkomen, hoeven niet naar het oud ijzer. Het zijn vrijgekomen objecten. Praat met de aannemer en de duurzaamheidsmanager. De duurzaamheidsmanager kan je hierin steunen maar ook zorgen dat ervaringen met de rest van de organisatie gedeeld worden. Het is namelijk een andere manier van denken: in plaats van nieuwe putdeksels en putranden te bestellen, kun je oude hergebruiken. Die lessen willen we borgen. De duurzaamheidsmanager is in sommige gemeenten ook de persoon die zorgt dat de circulaire doelstellingen in het beleid geborgd worden.
De directievoerders moeten ook in dit proces worden meegenomen, al in de ontwerpfase. Zij moeten gewezen worden op het nut en de reden van hergebruik. Als ogen van buiten kunnen zij zien wanneer materialen vrijkomen, en bekijken of dit materiaal kan worden hergebruikt. Zij regelen uiteindelijk wat er buiten gebeurt en hebben direct contact met de aannemer.
Stel samen met de bestekschrijver heldere afspraken op in het bestek voor hergebruik, zodat een aannemer weet wat er van hem verwacht wordt. Denk bijvoorbeeld aan het voorzichtig uitgraven van objecten. Voor objecten die niet meer herbruikbaar zijn, kan de bestekschrijver inkoop afspraken maken met leveranciers. Bijvoorbeeld om materialen hoogwaardig terug te brengen in de keten.
Voorbeeld: metselwerkklinkers, gres en gebakken materialen, gietijzer van putranden en kolken, beton, asfalt ed. die vrijkomen bij een vervanging of reconstructie.
5. Praktijkervaringen
6. Veelgestelde vragen
Hoe weet je welke objecten vrijkomen en of ze nog geschikt zijn voor hergebruik?
In je databeheersysteem kun je zien wat er in een straat aan objecten ligt. Hierin kun je ook de mogelijke toestanden van de objecten zien. Is dat niet het geval? Dan volgt een inspectie waarna de toestand in te schatten is. Dit kun je laten doen door een inspectiebedrijf dat gespecialiseerd is in het inspecteren van buizen. Wanneer een object vrijkomt, kun je het object (laten) testen op kwaliteitseisen. Zoals bijvoorbeeld een drukproef bij een betonnen buis.
Het is belangrijk om als gemeente toe te werken naar een situatie waarin kenmerken en ontwerptekeningen van objecten, boven en onder de grond, goed worden geregistreerd. De datastandaarden voor registratie – NLCS, IMBOR en GWSW – zijn al beschikbaar. Nu moet de implementatie in de ontwerp- en beheersoftware nog goed worden opgepakt. Daarna volgt aandacht voor een goede uitwisseling, zodat ontwerpers, bouwers en beheerders soepeler kunnen werken. Dan ontstaat er een datasysteem waarin de gehele levenscyclus van rioleringen wordt afgedekt. Zo kan ook goed worden bepaald welke objecten wanneer en op welke manier zo hoogwaardig mogelijk opnieuw benut kunnen worden.
Wat doe je met vrijgekomen objecten die nog in goede staat zijn?
Onderzoek of je ze kunt hergebruiken in hetzelfde project. Kan dit niet? Onderzoek of er een ander project is waar de objecten meteen naartoe kunnen. Is er nog niet direct een nieuwe bestemming? Onderzoek of er plek is in het depot of probeer er via een van de bestaande marktplaatsen voor materialen een bestemming voor te vinden. Zie hoofdstuk 8.6 Materialendepot voor een aantal de digitale marktplaatsen.
Hoe neem je hergebruik mee in je aanbesteding?
Maak afspraken met de aannemer over vrijgekomen objecten en hergebruik ervan. Geef de aannemer ook de mogelijkheid om in te zetten op hergebruik. Zorg dat hij voldoende tijd heeft om objecten voorzichtig uit te graven en niet opgejaagd wordt door een strakke planning en een krap budget. En zorg dat hergebruikte objecten ook als zodanig in het beheersysteem komen. Bijvoorbeeld: een object uit 1960 dat in 2027 wordt hergebruikt, dient herkenbaar te zijn als een object uit 1960.
Hoe borg je de verkregen ervaringen?
Evalueer je project en bespreek deze met het team en de duurzaamheidsmanager.
