Terug naar de inhoudsopgave van het Doeboek Duurzame Infra
1. Wat bedoelen we hiermee?
Elementenverhardingen bestaan uit losse stenen en tegels, zoals natuursteen, gebakken straatstenen en betonklinkers, betontegels en betonnen opsluitbanden. Deze materialen kunnen vrijwel eindeloos opnieuw worden toegepast. Bij onderhoud of herinrichting komen vaak grote hoeveelheden vrij. Na schoonmaak en sortering zijn ze geschikt voor hergebruik in dezelfde of een andere straat. Daarmee voorkom je CO₂-uitstoot, bespaar je kosten en geef je een wijk een herkenbaar karakter.
Circulair depot
In veel gemeenten is het gebruikelijk geworden om vrijkomende materialen op te slaan in een circulair depot en ze vervolgens opnieuw toe te passen in projecten (o.a. Utrecht, Apeldoorn, Haarlemmermeer, Amsterdam, Tilburg, Helmond enz.). Zie Hoofdstuk 8 de paragraaf over het Materialendepot, vooral de praktijkvoorbeelden.
Inspiratiegids Circulaire Bestrating
Het Nationaal Platform Duurzame Wegverharding heeft een Inspiratiegids Circulaire Bestrating gepubliceerd met stappenplannen en beoordelingsmethoden. Deze gids bevat volop voorbeelden uit de praktijk.
Wat is de reikwijdte van deze maatregel?
Alle soorten elementenverharding zijn geschikt voor hergebruik. Het is aan de opdrachtgever om te beoordelen of de vrijkomende/uitkomende materialen geschikt zijn voor direct hergebruik, hergebruik in een ander project, eventueel met tijdelijke opslag. Uitkomende elementverhardingen met zichtbare slijtage kunnen nog zeer geschikt zijn voor bijvoorbeeld toepassing op een industrieterrein of parkeerplaatsen bij sportcomplexen. Betonnen elementenverharding met een zeer sterke slijtage van de toplaag kan via recycling tot betongranulaat weer terugkomen in de betonketen. Of geef het een nieuwe functie: van trottoirbanden, op de kop neergelegd, kan je ook een wandelpad maken. Gebakken bestratingsmaterialen hebben een zeer lange levensduur en worden eigenlijk altijd hergebruikt.
Machinaal herstraten
Als de uitkomende elementverharding direct wordt hergebruikt, of tijdelijk wordt opgeslagen om later te worden hergebruikt, dienen de stenen gereinigd te worden en opnieuw gepakketteerd (d.w.z. de stenen worden netjes tot een pakket gestapeld en afgebonden met staalband). Dan is machinaal herstraten mogelijk. Maatvastheid is daarbij ook belangrijk. Zie paragraaf 3 Regelgeving.
2. Waarom deze maatregel?
De productie van nieuwe stenen en tegels kost energie en grondstoffen. Door bestaande materialen opnieuw in te zetten:
vermijd je de CO₂-uitstoot van winning, productie en transport;
bespaar je stortkosten;
en vergroot je de levensduur van materialen.
Voor bewoners kan het bovendien een positief effect hebben: straten met hergebruikte klinkers geven vaak een eigen identiteit en herkenbare uitstraling.
Het praktijkvoorbeeld van Utrecht (zie hieronder) laat zien dat door een gestructureerd depot de kwaliteit geborgd blijft en hergebruik vanzelfsprekend wordt.
3. Regelgeving
De Arbeidsinspectie houdt steeds strenger toezicht op fysieke belasting bij straatwerk. Dit kan leiden tot het stilleggen van het werk. De verantwoordelijkheid voor het veilig en gezond werken van de stratenmakers ligt bij de opdrachtgever. De opdrachtgever verantwoordt in het straatwerkplan, voortvloeiend uit paragraaf 5 lid 1 UAV 2012, de gemaakte keuzes en geeft aan wat er machinaal/mechanisch kan en wat niet. Maak het werk zo dat het optimaal machinaal kan worden uitgevoerd. Lees in de Inspiratiegids Circulaire Bestrating vanaf p. 47 wat je kunt doen om straatwerk minder belastend te maken en te voldoen aan de geldende regelgeving.
De Arbeidsinspectie heeft een programma voor goed werkgeverschap dat zich richt op het stimuleren van betere naleving van wet- en regelgeving op het gebied van eerlijk, gezond en veilig werk. De regels voor het verantwoord aanbrengen van elementenverharding zijn per fase als volgt:
Ontwerpfase
De opdrachtgever vergewist zich dat het ontwerp uitvoerbaar is conform wetgeving (ARBO-besluit artikel 2.26).
Dit betekent dat het uitgangspunt te allen tijde dient te zijn “Altijd optimaal machinaal en/of mechanisch verwerken van elementenverharding, met minimaal handmatige verwerking van de elementen. Veiligheid, gezondheid en welzijn van de verwerker dienen centraal te staan bij de te maken keuzes.
Opdrachtfase
De opdrachtgever verantwoordt in het straatwerkplan, voortvloeiend uit paragraaf 5 lid 1 UAV 2012, de gemaakte keuzes en geeft aan wat er machinaal/mechanisch kan en wat niet. De opdrachtnemer gebruikt dit deel als leidraad voor zijn prijsvorming. Tijdens de vragenronde zal vanuit de waarschuwingsplicht door de opdrachtnemer vragen gesteld kunnen worden om samen met de opdrachtgever tot een optimalisering hiervan te komen.
Uitvoeringsfase
De aannemer maakt de definitieve keuze voor de inzet van materieel. Altijd uitgaande van optimaal machinaal/mechanisch. Hij of zij vult deel 2 in van het straatwerkplan en zal zorg dragen voor registratie van de werkzaamheden in het logboek, deel 3 van het straatwerkplan. De opdrachtgever heeft tijdens de uitvoering de verantwoordelijkheid om te controleren of het werk volgens de regels wordt uitgevoerd.
Tijdens de uitvoeringsfase gelden de navolgende regels voor het handmatig verwerken van elementenverharding:
De tilnorm; producten lichter dan 4 kg die met één hand verwerkt kunnen worden en producten lichter dan 9,5 kg die met twee handen verwerkt kunnen worden, daarvan mag je per persoon per dag niet meer dan 40m² verwerken. Elementen die boven de tilnorm uitkomen dienen te allen tijde machinaal/mechanisch te worden verwerkt, hier geldt geen uitzondering op.
Ook bij het handmatig verwerken dienen daar waar het kan hulpmiddelen te worden gebruikt.
Bij oppervlakken kleiner dan 40m² is handmatig toegestaan, maar gebruik hiervoor wel de beschikbare hulpmiddelen (zoals de tegeldonkey, tegellifter, steenmakker). Dit geldt alleen voor de producten die onder de tilnorm vallen, producten daarboven dienen machinaal/mechanisch te worden verwerkt.
Zorg ervoor dat in het logboek straatwerkplan een productregister is opgenomen waarin de gesplitste productie handmatig/machinaal wordt vastgelegd.
De verwerker dient zich bij maximale handmatige verwerking van 40m² te houden aan de navolgende eisen:
Maximale belastbare werkdagen 6 uur
Minimaal 2 x 30 minuten rust per dag
6 tot 12 onderbrekingen van 5 tot 10 minuten.
Onderhoudsfase
Al in de ontwerpfase wordt er nagedacht over de onderhoudsfase (de zogenaamde ‘vergewisplicht’ uit het ARBO-besluit). Ook onderhoud dient te worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.
4. Wie moet wat doen?
Als gemeente kun je vandaag al in bestekken opnemen dat klinkers en tegels standaard worden hergebruikt, tenzij de kwaliteit dit niet toelaat.
Beleidsmedewerkers leggen de ambitie vast in kaders, zoals het Handboek Openbare Ruimte.
Inkopers vertalen dit naar aanbestedingen en contracten.
Werkvoorbereiders zorgen dat de bestekteksten helder zijn.
Beheerders beoordelen tijdens de projectschouw de kwaliteit van de vrijkomende materialen (maatvastheid, stroefheid, breuksterkte) en waar ze weer kunnen worden toegepast.
Projectleiders bespreken hergebruik vroeg in het proces en regelen afspraken met aannemers.
Ontwerpers stemmen hun ontwerp af op de materialen die beschikbaar zijn, ook als kleuren en maten afwijken van het ideaalbeeld.
Directievoerders en toezichthouders begeleiden de aannemer in het dagelijkse werk.
Het initiatief om aan de slag te gaan met het hergebruik van elementenverharding kan van beide kanten komen: van de beleidsadviseur samen met de wegbeheerder, of van de toezichthouder. De beleidsadviseur omdat deze een beleidsplan schrijft over 50% circulair werken in 2030, dat vervolgens vertaald wordt door de wegbeheerder. De toezichthouder omdat deze heel bruikbare materialen tegenkomt in het werk en het zonde vindt om deze weg te gooien.
Je kunt ook een stap verder gaan:
De gemeente Utrecht gaat uit van ‘Hergebruik, tenzij’. Het hergebruiken van materialen die nog bruikbaar zijn is hiermee de standaard geworden.
Projectleider Herman van Vuren benadrukt dat ‘Hergebruik tenzij’ in Utrecht direct CO₂-winst oplevert: “Door deze stenen opnieuw in te zetten, vermijden we de productie van nieuwe en besparen we fors op CO₂-uitstoot.” Ontwerper Karlijn Essink ziet dat dit van haar vraagt om flexibel te zijn: “Soms krijg je prachtige materialen, soms partijen waarvan je je afvraagt of ze bruikbaar zijn. Dat vraagt creativiteit.” Voor uitvoerder Bas van der Veer is de zekerheid van kwaliteit cruciaal: “Als er klinkers uit het depot komen, wil je vooraf weten of ze schoon, heel en geschikt zijn. Dat geeft vertrouwen.” Beleidsadviseur Frans de Waal voegt daaraan toe dat circulariteit in Utrecht inmiddels onderdeel is van het standaardproces: “Ontwerpers moeten aantonen wat ze hergebruiken, of uitleggen waarom het niet lukt. Daarmee is het reguliere werk ook circulair werk geworden.”
Bij de aanleg van het Spoorpark koos de gemeente Hof van Twente bewust voor tweedehands materialen. Wegbeheerder Lieuwe Oost vertelt dat dit niet zonder uitdagingen was: “De reacties waren gemengd. Sommigen wilden liever asfalt dan ‘rommelige’ groene parkeerplaatsen, anderen vonden het juist fantastisch. We hebben geleerd dat verwachtingsmanagement een belangrijk onderdeel is van circulair werken.”
In de wijk Soesterhof kozen bewoners ervoor om tweedehands betonstenen te gebruiken voor hun straten. Landschapsarchitect Wouter Schik ziet daarin de waarde van hergebruik: “Tweedehands stenen bleken makkelijk te vinden en goedkoper. De gemêleerde uitstraling past precies bij de sfeer die bewoners zochten.”
Projectcoördinator Boele Dijkstra vat dat kernachtig samen: “Ik weet waar m’n eigen rotzooi ligt – maar het moet ook zonder mij kunnen.” In Amsterdam ligt de nadruk juist op beleid en structuur. Adviseur Christina Ottersberg ziet dat dat niet altijd voldoende is: “We halen wel de planning, maar waarom we iets doen verdwijnt naar de achtergrond. Daarom betrekken we nu een transitie-mediator bij projecten.”
Adviseur Ruud Jansen legt uit: “We zetten bij de initiatieffase in op zoveel mogelijk hergebruik van de aanwezige verhardingsmaterialen. De ontwerpers worden verplicht om deze materialen te gebruiken in het nieuwe ontwerp van de straat.” En verder: “Een klinker kan nog prima mee, maar als hij te glad is of maatverschillen heeft, werkt het niet. Daarom meten we standaard.”
Stefan Kornaat, Adviseur planvorming en voorbereiding bij Team Projecten, Realisatie en Ontwikkeling, vertelt: “De inventarisatie van bestaande materialen en hun restlevensduur liet zien dat we 73% van de betonstraatstenen en 81% van de trottoirbanden opnieuw konden gebruiken. Voor kolken en putkoppen ligt het aantal zelfs op 100%. In combinatie met het verminderen van verharding levert dit op verschillende vlakken winst op.”
Het paspoort is opgesteld door een adviesbureau dat de bestaande situatie in kaart heeft gebracht met veel foto’s en een model waarin de staat van materialen werd beoordeeld. Stefan legt uit: “We hebben gekeken naar slijtage, kleur en wat er kapot kan gaan bij verplaatsing. Bij kolken kun je tellen hoeveel er nog goed zijn en hoeveel er vervangen moeten worden. Voor andere materialen schat je in op m² en beoordeel je of ze redelijk of niet herbruikbaar zijn. Denk aan stenen, trottoirbanden, lichtmasten, deksels en paaltjes. Je maakt een inschatting van de restlevensduur en kijkt of dat past bij de beoogde functie van de nieuw ingerichte straat.”
Volgens Stefan is het proces eenvoudig: “Het materialenpaspoort is goed leesbaar en maakt het makkelijk om het gesprek aan te gaan met collega’s bij Beheer. Je ziet wat je hebt en wat nog goed is.” Zijn advies voor andere gemeenten: “Inventariseer wat er ligt en bespreek met je projectteam wat zij belangrijk vinden: kleur, beeld, kwaliteit. Probeer daar een prijskaartje aan te hangen. Als je ook economische winst kunt onderbouwen, wordt het naast duurzaamheidswinst nog aantrekkelijker.”
Wat is een materialenpaspoort?
De bouwsector is een van de grootste verbruikers van grondstoffen en verantwoordelijk voor een groot deel van de CO₂-uitstoot. Een materialenpaspoort is een digitaal uniform document dat inzicht geeft in welke materialen en grondstoffen in een gebouw of project zijn verwerkt. Dit overzicht draagt bij aan circulariteit in de bouwsector, omdat het duidelijk maakt welke materialen geschikt zijn voor hergebruik. Door circulaire bouwmaterialen opnieuw in te zetten, verminderen we materiaalverspilling en besparen we grondstoffen.
6. Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of een oude steen nog goed/bruikbaar is?
Dat beoordeel je visueel waarbij je maatvastheid en stroefheid in aanmerking neemt. Met betrekking tot breuksterkte heeft onderzoek uitgewezen dat ook heel oude stenen nog steeds voldoen aan de sterkteklasse. Dit vormt dus geen reden om stenen af te wijzen.
Is hergebruik duurder?
Nee. Je vermijdt stortkosten en koopt minder nieuw in. Met een goed depot kan hergebruik zelfs goedkoper zijn.
Hoe ga je om met kleur- en maatverschillen?
Dat vraagt flexibiliteit van ontwerpers en communicatie met bewoners. Variatie in uitstraling hoeft geen nadeel te zijn, het kan juist karakter geven aan een straat of wijk. Door dit vooraf te bespreken, voorkom je weerstand en wordt hergebruik breed geaccepteerd.
Wat is er aan materiaal om machinaal herstraten mogelijk te maken? Hoe weet ik of in een specifieke situatie machinaal herstraten mogelijk is?
Er zijn verschillende methoden (machines, klemtechnieken) die herstraten met oude elementenverharding mogelijk maken. Eind januari 2026 is er een lijst voorhanden van alle beschikbare machines en klemmen. Deze lijst wordt hier dan gedeeld. Als je een keuring laat verrichten door KIWA meldt deze in het verslag of de onderzochte stenen al dan niet machinaal/mechanisch te verwerken zijn.