1. Wat bedoelen we hiermee?

Deze maatregel richt zich op het verduurzamen van betonnen elementenverhardingen (zoals klinkers, tegels en betonbanden) door: 

  • het gebruik van minder cement en/of,  
  • het gebruik van zogenoemde klinkerarme cementen, 
  • of geheel vervangen van het cement door alternatieve bindmiddelen. Een categorie daarbinnen zijn de alkali geactiveerde mineralen (Alkali Activated Minerals – AAM) zoals hoogovenslak, vliegas of metakaolien (gecalcineerde klei) die vergelijkbare bindende eigenschappen hebben als portlandcement. We duiden deze mengsels dan vaak aan als geopolymeerbeton. 

(Opmerking: in de Nederlandse betonindustrie wordt veel Hoogovencement (CEM III) toegepast. Dit is een blend (in verschillende verhoudingen) van Portlandcement met Hoogovenslakken en wordt in de betonbranche aangeduid met Hoogovencement CEM III. Dit CEM III cement heeft al een duidelijk beter milieuprofiel dan een volledige Portlandcement (CEM I)). 

Wat is de reikwijdte van de maatregel? 

De maatregel geldt voor de productie van bijna alle betonelementen die worden toegepast voor de inrichting van de openbare ruimte, zoals stenen, banden en tegels. Maar ook zitelementen en dergelijke kunnen met duurzamere beton worden geproduceerd. 

Nieuwe grondstoffen in beton 

Het verduurzamen van beton brengt nieuwe ontwikkelingen op gang met andere, voor beton nieuwe grondstoffen. In de sector is nog geen eenduidigheid over het gebruik van c.q. het toelaten van deze grondstoffen. Zo wordt geopolymeerbeton steeds meer gebruikt in elementenverharding, dit in tegenstelling tot gebruik in kunstwerken c.q. kritische infra, die een andere risicoklasse hebben waaruit de keuze volgt voor bewezen technieken/materialen.  

Een andere grondstof die al langer een punt van discussie is, is AEC-granulaat (restproduct van afvalverbrandingsinstallaties). In het Circulair Materialenplan wordt gesproken over het beperken van het gebruik van AEC-granulaat in beton.  

Het is de vraag wat de gevolgen zijn voor recycling als deze nieuwe grondstoffen in dezelfde stroom terechtkomen als traditioneel beton. Op dit moment is het voor afvalverwerkers niet te organiseren om gescheiden stromen te realiseren. Een gemeente had daarom AEC-granulaat uitgesloten van gebruik in straatstenen en dit stuitte op ernstige bezwaren van enkele marktpartijen.  

2. Waarom deze maatregel?

De productie van Portlandklinker, het basisingrediënt voor cement  is verantwoordelijk voor circa 7–8% van de wereldwijde CO₂-uitstoot, voornamelijk (zo’n 2/3) door het proces waarbij kalksteen wordt omgezet in (cement)klinker; bij deze chemische reactie komt veel CO2 vrij.  Anderzijds (zo’n 1/3) door de verbranding van fossiele brandstoffen om tot de gewenste verhitting te komen. 
Door het cementgehalte te verlagen of alternatieven voor Portlandklinker toe te passen (klinkerarm of cementloos), kan de milieubelasting aanzienlijk worden verminderd. 

Belangrijkste voordelen: 

  • Substantiële CO₂-reductie door minder klinkerverbruik of zelfs volledig cementloos beton; 
  • Gebruik van reststromen uit andere industrieën, wat bijdraagt aan circulaire economie; 
  • Mogelijke verbetering van duurzaamheidseigenschappen zoals chemische bestendigheid en levensduur. 

Opmerking: inmiddels is de eerste cementfabriek operationeel (Brevik Noorwegen – okt 2025) waarbij de CO2-uitstoot bij de productie van cement wordt afgevangen en opgeslagen. De cementproducenten streven naar volledige Zero Emissie cement.  

3. Regelgeving

Klinkerarme cementen kunnen binnen de bestaande regelgeving toegepast worden. Relevante kaders zijn onder andere NEN-EN 206 in combinatie met NEN 8005. 

Voor geopolymeerbeton zijn nog geen normen opgesteld. Desondanks wordt er op steeds grotere schaal gebruik van gemaakt. Er is ruimte binnen Europese en nationale normen om alternatieve bindmiddelen toe te passen, mits de kwaliteit en sterkte-eisen worden aangetoond. Dit is een belangrijke voorwaarde.  

Relevante kaders zijn onder andere: 

  • CUR-Aanbeveling 123:2018 betonwaren vervaardigd met geopolymeer als bindmiddel.  
  • BRL 2367 KOMO productcertificaat voor ongewapende bestratingsproducten op basis van een alkalisch geactiveerd bindmiddel; 
  • CROW-Betoninnovatieloket (initiatief van opdrachtgevers en marktpartijen): Producenten van geopolymeerbeton kunnen via het Betoninnovatieloket hun geopolymeer-mengsel laten valideren, zodat het met meer vertrouwen en versneld kan worden toegepast.  
  • Daarnaast stimuleert het Besluit bodemkwaliteit het gebruik van secundaire grondstoffen, mits de elementverhardingen voldoen aan milieu-hygiënische eisen voor vooraf vervaardigde betonproducten (BRL 5070). 

Ook is er wetgeving in voorbereiding die opdrachtgevers gaat verplichten (naar verwachting in 2027) om minimale milieuprestatie-eisen te stellen aan de materialen met de meeste impact in de GWW: asfalt, beton en mogelijk staal. Zie de paragraaf in Hoofdstuk 8 over de Milieukostenindicator (MKI). Het verduurzamen van beton wordt dan sterk gestuurd door het aanscherpen van de MKI-waarde van beton. De discussie over het al dan niet gebruiken van bijvoorbeeld geopolymeerbeton is hiermee niet weg. 

4. Wie moet wat doen?

  • De beheerders/assetmanagers (veelal decentrale overheden - gemeenten) kunnen in hun bestekken de toepassing van Portlandklinkerarme cementen of cementloze beton voorschrijven. 
  • Beheerders/assetmanagers kunnen de plafond- en koploperwaarden MKI en  CO2 uit de Koers naar 2030 van het Betonakkoord uitvragen,  
  • Daarnaast is het belangrijk dat zij contact zoeken met collega's bij andere gemeenten die al ervaring hebben met het verduurzamen van beton. Wissel voorbeeldprojecten en ervaringen met verschillende producten uit.  
  • Producenten moeten nieuwe mengsels met alternatieve bindmiddelen ontwikkelen en deze laten testen en valideren; 
  • Ontwerpers, adviseurs en toezichthouders moeten zich goed laten informeren over de toepassingsmogelijkheden van klinkerarme of cementloze beton en de prestaties (o.a. kwaliteit en levensduur) beoordelen. 

5. Praktijkervaringen

6. Veelgestelde vragen

Wat is de milieuwinst ten opzichte van cementbeton?


Beton met alkali geactiveerde bindmiddelen (geopolymeerbeton) kan een CO₂-reductie van 40–80% opleveren ten opzichte van traditioneel cementbeton, afhankelijk van het type alternatieve binder.

Is de kwaliteit van elementverharding met geopolymeerbeton gelijk aan de kwaliteit van standaard betonverharding? 


De mechanische eigenschappen (zoals druksterkte, slijtvastheid en vorst-dooiweerstand) zijn vaak gelijkwaardig en soms beter dan die van conventioneel beton.