Door Partiële Recycling (PR) toe te passen, kun je de milieu-impact van asfalt verlagen. Je vervangt namelijk een deel van de primaire grondstoffen in het asfalt door secundaire grondstoffen. Uit gefreesd asfalt kunnen waardevolle grondstoffen zoals grof toeslagmateriaal (steenslag) en asfaltgranulaat worden verkregen. De toepassing van asfaltgranulaat in deklagen van steenmastiekasfalt staat nu nog niet in de RAW. Kennisplatform CROW, verschillende provincies, gemeenten en marktpartijen werken momenteel samen aan een richtlijn die kaders biedt voor de toepassing van maximaal 30 procent asfaltgranulaat in deklagen van steenmastiekasfalt (SMA). In dit artikel lees je meer over de richtlijn. Ook delen verschillende gemeenten hun ervaringen met toepassing van asfaltgranulaat.

Technisch verantwoord en van goede kwaliteit
Als opdrachtgever kun je de markt vragen om een asfaltmengsel te leveren met een bepaald percentage secundaire producten, zoals asfaltgranulaat. Asfaltgranulaat is een duurzame, gerecyclede grondstof die ontstaat door oude asfaltlagen selectief te frezen. Hierbij worden de te verwijderen lagen niet in één keer, maar zorgvuldig laag voor laag gefreesd. Dit zorgt ervoor dat de verschillende kwaliteiten van het asfalt gescheiden en behouden blijven voor hoogwaardig hergebruik. Vooral de deklaag – die vaak van hoge kwaliteit is – kan hierdoor in nieuwe deklagen worden gebruikt.
Secundaire producten toepassen in SMA-deklagen was vanwege technische en kwaliteitsrisico’s lange tijd ingewikkeld. De richtlijn ‘SMA met maximaal 30% asfaltgranulaat’ zal technische informatie bevatten over hoe het mengsel geproduceerd moet worden, welke eisen eraan gesteld moeten worden en welke tests nodig zijn om kwaliteit te garanderen. André Houtepen, adviseur Wegenbouw en Circulaire Materialenbank bij de gemeente Rotterdam, vertelt: “Hiermee laten we aan opdrachtgevers zien dat een hergebruikpercentage tot 30 procent asfaltgranulaat in SMA-deklagen technisch verantwoord is én goede kwaliteit oplevert, zonder dat de samenstelling van het mengsel ingrijpend hoeft te worden veranderd.”
Experimenteren met Partiële Recycling
André is namens de gemeente betrokken bij de ontwikkeling van de richtlijn. De gemeente Rotterdam is op verschillende fronten actief om de wegenbouw te verduurzamen, waarbij de focus ligt op circulariteit, CO₂-reductie en innovatieve materialen. Sinds mei van dit jaar werkt de gemeente volgens haar nieuwe moederbestek, waarin is vastgelegd dat de gemeente ook in AC-surf asfaltdeklagen 30 procent asfaltgranulaat toepast, conform de Standaard. Ook voert de gemeente verschillende proefprojecten uit. Zo is de gemeente betrokken bij de aanbesteding van het Innovatiepartnerschap Bioverrijkt Asfalt (IP-asfalt), een initiatief van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB).
André: “In Rotterdam experimenteren we met mengsels waarin meerdere duurzame technieken samenkomen. Zo passen we bij een weg een percentage asfaltgranulaat van 30% in SMA toe. Daarnaast maken we de mengselsamenstelling geluidsreducerend (SMA 8 G+ variant), laten we het asfalt op lage temperatuur produceren (Warm Mix) en gaan we polymeerbitumen toepassen, waarbij 30% van het polymeerbitumen is vervangen door biobased componenten.”
Een hoger percentage is ook mogelijk
In het zuidoosten doet de gemeente Helmond al ervaring op met asfaltmengsels waarin een hoger percentage asfaltgranulaat is verwerkt. Dit past bij de duurzaamheidsambities van de gemeente, vertelt Bram Hofschreuder, projectmanager bij het Ingenieursbureau van de gemeente Helmond. “Circulariteit en vermindering van CO₂-uitstoot zijn in Helmond in het beleid verankerd.”
De afgelopen twee jaar heeft een kleine groep intrinsiek gemotiveerde collega’s binnen de gemeente zich gefocust op het verduurzamen van asfaltverhardingen. Dit leidde tot meerdere pilotprojecten. In juni 2025 realiseerde Helmond de eerste deklaag met 60 procent asfaltgranulaat op een zwaarbelaste weg op bedrijventerrein Zuidoost-Brabant. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met BAM Infra. Het ging om een AC 11 surf-mengsel in LEAB, een Warm Mix-asfalt, op TRL-7-niveau. Dat juist voor een zwaarbelaste weg is gekozen, was geen toeval. Bram: “We willen graag snel resultaat zien, zodat we het pilotmengsel uiteindelijk breder in de stad kunnen toepassen.”
Vergelijken met bekende mengsels
Om goed te kunnen beoordelen hoe het nieuwe mengsel presteert, heeft de gemeente referentievakken aangebracht. De prestaties van het mengsel met 60 procent asfaltgranulaat worden vergeleken met een LEAB-mengsel met 30 procent asfaltgranulaat op TRL-9-niveau en met een traditioneel Hot Mix-mengsel met 30 procent asfaltgranulaat. In totaal gaat het om een wegvak van 2.600 meter.
“Je moet de snelle weg durven nemen en binnen een paar jaar kunnen concluderen of een innovatie werkt.”
“Dit stelt ons in staat om eventuele schadebeelden te vergelijken en te koppelen aan onze ervaringen met bekende mengsels”, zegt Bram. “Zo bouwen we gericht kennis op.” Daarmee laat Helmond zien dat hogere percentages secundaire bouwstoffen niet alleen een kwestie zijn van voorschrijven en uitvoeren. Monitoring en vergelijking met bestaande mengsels zijn essentieel om vertrouwen op te bouwen en om de stap naar bredere toepassing verantwoord te kunnen zetten. Al zul je daarmee ook wat vaart moeten maken. André: “Willen we de klimaatdoelen halen, dan kunnen we niet meer tien jaar wachten op monitoringsresultaten. In plaats daarvan moet je de snelle weg durven nemen en binnen een paar jaar kunnen concluderen of een innovatie werkt. Gebruik daarbij de handvatten die hiervoor ontwikkeld zijn: de richtlijn ‘Warm Mix’ Asfalt en de richtlijn ‘SMA met maximaal 30% asfaltgranulaat’.
Zekerheid inbouwen
Ook op de toegangsweg naar hetzelfde bedrijventerrein paste de gemeente Helmond een duurzamer mengsel toe. Daar werd SMA aangebracht met 30 procent asfaltgranulaat. Voor Helmond was dat extra spannend, vertelt Bram. “Omdat we in het verleden slechte ervaringen hebben gehad met SMA-deklagen, wilden we hier meer zekerheid inbouwen.” De gemeente koos er daarom voor om steenslag 3 voor te schrijven in het SMA-mengsel. “Steenslag 2 zou in theorie ook voldoen, maar wij wilden in dit proefvak extra zekerheid.”
Bij beide pilotprojecten stelde de gemeente bovendien een zwaardere eis (C95/1) aan het asfaltgranulaat dan in de Standaard RAW Bepalingen is opgenomen (C90/1). Bram: “Deze eis gaat over het percentage gebroken oppervlak van het grof materiaal aggregaat. Door deze eis op te hogen naar C95/1, mag er naar verhouding minder rond materiaal aanwezig zijn in het asfaltgranulaat. Het stellen van deze eis maakt de kwaliteit van het deklaagmengsel hoger, omdat je hiermee meer de samenstelling benadert van een traditioneel mengsel met nieuwe materialen.”
Bij het SMA-proefvak koos de aannemer ervoor om asfaltgranulaat van een gefreesde ZOAB-deklaag als PR-materiaal te gebruiken, wat uit hoekig materiaal bestaat en beschikbaar was. Bram: “Daar hebben we voor dit proefvak eenmalig voor gekozen, maar het is geen oplossing die je op grote schaal kunt toepassen. Het is al een schaars materiaal, en als alle gemeenten massaal ZOAB-frees gaan toepassen, kan dat nadelig uitpakken voor de beschikbaarheid.
Houd gefreesd materiaal zuiver
De gemeente Helmond werkt ook aan een regionale asfaltbank, zodat hoogwaardig herbruikbaar materiaal goed beheerd kan worden. Bram: “Veel wegen zijn dertig of veertig jaar geleden aangelegd en zijn nu aan vervanging toe. In de meeste deklagen is nog geen asfaltgranulaat als secundaire bouwstof toegepast. Dat is waardevol materiaal. En omdat we in Nederland steeds hogere percentages asfaltgranulaat toepassen in asfaltmengsels voor deklagen, wordt de kwaliteit van dat materiaal steeds belangrijker.” Volgens Bram is het dan ook cruciaal om dat materiaal niet te laten vervuilen met freesmateriaal uit onderlagen. “Dat moet je goed beheren bij een asfaltbank. Anders raak je juist het materiaal kwijt dat je nodig hebt om hoogwaardige recycling mogelijk te maken.”
De ervaringen in Helmond en Rotterdam laten zien dat partiële recycling van asfaltgranulaat tegenwoordig goed mogelijk is, met de juiste voorbereidingen. Ook in deklagen van steenmastiekasfalt. André: “De technieken van selectief frezen en zeven zijn door de jaren heen fundamenteel verbeterd. Waar het vroeger nog ging om ouderwetse asfaltbrokken van steen, bitumen en zand die vrijkwamen bij het frezen, kunnen we tegenwoordig kale stenen terugwinnen die kwalitatief hoogwaardig zijn.” André roept op om de richtlijn erbij te pakken zodra die gereed is en klein te beginnen. “Leer van proefvakken en zet ook die eerste stap naar duurzamer asfalt.”
Meer weten?
De richtlijn ‘SMA met maximaal 30% asfaltgranulaat’ ligt momenteel ter visie . Ga hier naar het document dat ter visie ligt. Feedback geven kan tot en met vrijdag 19 juni 2026 via het Feedbackformulier TVL conceptrichtlijn SMA met maximaal 30% asfaltgranulaat. Het ingevulde formulier wordt behandeld als dit vóór de deadline is gemaild naar Ewout Vossebeld.
De verwachting is dat de richtlijn in september wordt gepubliceerd op de website van Kennisplatform CROW. Aan de richtlijn werken de volgende organisaties mee: Kennisplatform CROW, Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, provincie Overijssel, gemeente Rotterdam, gemeente Dordrecht, ART Asfalt, NTP, Dura Vermeer, Schagen Infra, AsfaltNu, Weetvanwegen, &NBSP Partners in Solutions.
Bekijk het Doeboek om meer te weten te komen over selectief frezen en Partiële Recycling